Hebben we de meiden nog?

Kort na de tweblog in de libelleede en derde verjaardag van Renee en Pieter, werden Laura en Ilse geboren. Ik wist: dit worden pittige jaren.
Op een regenachtige dinsdagmiddag (de meiden waren een half jaar oud) besloot ik dat we lang genoeg binnen hadden gezeten. Bij gebrek aan een rijbewijs, zou ik met de fiets naar het centrum gaan om de kinderen bij de plaatselijke textielgigant in de ballenbak te laten spelen. Ik zocht regenjasjes, sjaaltjes, mutsjes en heel veel kleine laarsjes bij elkaar en begon mijn kroost aan te kleden. Renee voorop de fiets, Pieter achterop en de tweeling in de fietskar. Ik was best trots op mezelf.
Na wat quality-time te hebben doorgebracht in de ballenbak, wilde ik, om het fee
st compleet te maken, gaan eten bij MacDonalds. Een vriendelijk meisje hielp mij met het afpellen van de kids en schoof twee kinderstoelen aan. We genoten! Na een klein uurtje was het welletjes. Ik wilde naar huis. Het aardige meisje hielp mij om de kinderen weer aan te kleden en wij zochten de fiets op. We zaten alweer een minuut of vijf op de fiets, toen we over een drempel hobbelden. En dat was het moment waarop ik niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk nattigheid voelde… In de capuchon van mijn regenjas riep ik over mijn schouder: ‘Pieter, hebben we de meiden nog?’, waarop Pieter zich op zijn beurt omdraaide en moest antwoorden: ’Nee…’
Ik wist níet hoe ik het had! In een hele lange reeks van handelingen (snoetjes schoon, mutsjes op, jasjes dicht, gespjes vast), was ik er één vergeten en wel een heel belangrijke: het vastkoppelen van de fietskar… Toen ik aankwam op de plek waar ik de fietskar had laten staan, was de kar weg. Milde paniek maakte zich van mij meester. Maar gelukkig; ik zag mijn kar al snel staan, binnen, bij een makelaar waar twee meiden de politie al hadden gebeld.
Pfff…
Wat er die middag gebeurde, staat wat mij betreft symbool voor die tropenjaren. Zonder de hulp van mijn (schoon)moeder, zussen en vriendinnen, had ik het allemaal nooit gered!
Onze tweeling is nu zes en als ik me weleens hardop afvraag: ‘Waar zouden de meiden toch zijn?’, dan is er altijd wel een grapjas die zegt: ‘Bij de Mac, misschien…?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *