Bange poeperd

blog bange poeperdEr zullen mensen zijn die denken dat ik vrij gebekt ben. Dat klopt ook wel. Ik durf mijn bescheiden mening best te ventileren. Echter, als ik mensen om een gunst moet vragen, breekt het zweet me uit. Ik weet niet hoe ik mijn vraag moet verwoorden. Ik sta te hakkelen, te stuntelen en maak stomme grapjes om mijn vraag in te pakken. ‘Kan je me komen helpen met schilderen?’, ‘Kan je een gordijntje voor me naaien?’, ‘Wil je een poosje op mijn kinderen passen?’ Ik vind het moeilijk, moeilijk, moeilijk… Waar het vandaan komt, Joost mag het weten, maar ik verleen liever een gunst, dan dat ik om een gunst vraag. En ik denk eigenlijk dat er meer mensen met dit probleem worstelen. Kinderachtig.
Omdat ik vind dat een vrouw van 41 zich niet moet gedragen als een bange puber van zestien, heb ik vanmorgen toch de stoute schoenen aangetrokken. Met lood in m’n laarzen sprak ik de bedrijfsleider van de plaatselijke Bristol aan. Ik deed m’n best om een introducerend, stom grapje te onderdrukken. Ik wilde niet beginnen met: ‘Zo! Sinterklaas heeft heel wat hulppieten nodig om al die schoenen hier te vullen! Haha…’, maar gewoon vragen wat ik wilde. ‘Meneer, mag ik u een brutale vraag stellen?’, begon ik. Ik kon mezelf wel voor m’n kop slaan, want wat voor stomme inleiding was dít nu weer?! De man zou denken dat ik, heel brutaal, met hem een pashokje in wou duiken om een bikini te passen. *zucht* De arme man keek verschrikt op en liet haast een stapel schoenendozen uit z’n handen vallen. Maar ik kon niet terug. Ik had zijn aandacht en moest nu even doorbijten. Ik vervolgde dapper, met een licht bevende stem: ‘Heeft u misschien een paar lege schoenendozen voor mij?’ Ik voelde me als een klein meisje dat aanbelt bij een boze buurman omdat ze zojuist haar nieuwe bal over zijn schutting heeft geschopt. Het angstzweet stond op m’n rug. Klamme handen en hartkloppingen. Wat moest deze man wel niet van mij denken…? Maar goed, het hoge woord was eruit en ik keek de man vol vertrouwen aan. ‘Helaas mevrouw, gisteravond hebben we alle lege dozen opgeruimd.’ Of hij de waarheid sprak, weet ik niet. Er leek hem veel aan gelegen om mij zo snel mogelijk zijn zaak uit te hebben. Geef ‘m es ongelijk.
Maar ik ben niet voor één gat te vangen. Ik was op een missie. Vanmiddag willen we surprises maken, dus we hebben lege schoenendozen nodig. Dan maar naar de volgende schoenenzaak. De eerste de beste die ik tegenkwam. Het was niet druk in de winkel. De verkoper stond in een hoekje te bellen, maar toen hij mij zag, hing hij op. Hij hoopte ongetwijfeld een paar mooie laarzen aan mij te verkopen. Door zijn vriendelijke uitstraling, durfde ik zonder omhaal van woorden mijn vraag te stellen. ‘Heeft u misschien een paar lege schoenendozen voor mij?’ Hij veerde op en zei met een warme lach: ‘Jazeker! Loop maar even mee.’ Uit een keldertje haalde hij vier prachtige schoenendozen. Geweldig geschikt om surprises van te maken. Hij zei: ‘Normaalgesproken gooien we de dozen gelijk weg, maar nu bewaren we ze voor kinderen die ze nodig hebben om te knutselen. Hoeveel wilt u er? Is vier goed?’ ‘Vier zou geweldig zijn! Voor elk van mijn kinderen één.’ Bij de supermarkt had ik van tevoren een pak speculaas gekocht. Ik gaf hem het pak speculaas en bedankte hem hartelijk. ‘Da’s toch helemaal niet nodig…’, zei hij nog.
Ik een grote glimlach, hij een grote glimlach, ik een ervaring rijker, hij vier lege dozen armer.
Mensen, als je nieuwe schoenen nodig hebt: De Groot Schoenen, Hoofdstraat 113. Alleen al omdat de man die daar werkt, zo aardig is.