Chaos, Goddank, ik besta

Het begon afgelopen zondag. Of eigenlijk de week daarvoor al. Ries was een weekje weg en ik was een weekje van slag. In de veertien jaar dat we samen zijn, heb ik zelden een nacht zonder hem doorgebracht en nu ging hij dus zomaar een week skiën. Dat was even wennen. Ons huis voelde ineens te groot, mijn gezin voelde groot, mijn leven voelde iets te groot voor mij alleen. Gelukkig kwam hij zaterdag thuis.
Zondagmiddag gingen we samen naar een feestje en toen we thuis kwamen, stond ons een waterige verrassing te wachten. Het keukenboilervat was gesprongen en er gutste water over de laminaatvloer. Zo te zien was dat gutsen al een poosje aan de gang. Ries heeft de hoofdkraan dichtgedraaid en met opgerolde broekspijpen zijn we gaan dweilen. De mannen maakten een constructie om de laminaatvloer voorzichtig een stukje op te tillen en met een beetje geluk droogt zo de doorweekte ondervloer. Een ventilator en een luchtontvochtiger staan vierentwintig uur per dag te draaien om het vocht af te voeren. Het werkt, maar ondertussen begint het geluid dat die apparaten produceren onder mijn huid te kruipen. De constante brom drijft me tot waanzin. Om aan de brom te ontsnappen, trek ik me terug op het toilet. Daar zie ik tot mijn verbazing dat het pakje hygiënische schoonmaakdoekjes bijna leeg is. Vreemd, want volgens mij ben ik de enige in huis die de wc weleens schoonmaakt. Navraag bij de kinderen schept helderheid. Een van hen gebruikt de schoonmaakdoekjes al een week of wat om de billen af te vegen na een grote boodschap. Ik probeer het beeld van een gebleekt anusje te verdringen en hoop heel erg dat ons riool niet verstopt raakt van die doekjes.
Onze oudste begint te puberen. Hij levert zich vol enthousiasme over aan zijn hormonen. Daar doe je niks aan. Zo werkt de natuur. Hij zoekt de confrontatie met z’n zussen en hij vindt er altijd wel eentje die wil happen. Ik word er niet goed van.
Als ik maandagavond een was wil gaan ophangen, haal ik mijn rechter wijsvinger open aan de wasmand. Er rust zelden een zegen op mijn huishoudelijke inspanningen. Mijn nagel is half ingescheurd en het bloed drupt op de schone was. Ik word er misselijk van en doe m’n best om niet te gaan hyperventileren. Aanstelleritus, ik weet ‘t. Als de vinger verbonden is, ontdek ik de enorme invloed van mijn rechterwijsvinger op mijn sociale leven. Het blijkt lastig facebooken met een pleister op het topje van je wijsvinger.
Ik hoop dat het me lukt om ondanks deze aandoening mijn belastingaangifte op tijd de deur uit te doen. Die klus hijgt me al een paar weken behoorlijk in m’n nek.
Vandaag heeft Ilse haar spreekbeurt. Wat ik niet wilde, is toch gebeurd. We hebben het voorbereiden van de spreekbeurt uitgesteld tot het laatste moment. Hoewel ik zelf altijd het beste presteer als ik dingen zo lang mogelijk uitstel, wil ik mijn kinderen graag leren dat ze op tijd aan dit soort klussen moeten beginnen. Ik gun ze de rust. Er zullen de komende jaren nog veel spreekbeurten, boekenbeurten, presentaties en repetities volgen. Ik wil het risico uitsluiten dat ík degene ben die daar het drukst mee is.
Zomaar een week uit het leven van een moeder.
Soms, heel soms verlang ik terug naar mijn allereerste eigen flatje. Vijftig vierkante meter helemaal voor mezelf alleen. Geen kinderen, geen luchtontvochtiger, geen herrie, geen rommel behalve die van mezelf, geen spreekbeurten, gewoon niks. Alleen ik. Maar goed, toen ik daar op dat flatje woonde, 23 jaar en doodongelukkig, verlangde ik naar wat ik nu heb. Een gezin, gezelligheid, aanloop, een afwisselend leven. En zo blijft een mens dus blijkbaar altijd verlangen naar dat wat hij niet heeft. Stom.
Vandaag hoorde ik dat er een moeder van school zomaar is overleden. Ze was net zo oud als ik. Misschien liep zij deze week ook te mopperen over een puberende zoon en een zere vinger. Misschien moest ze hartelijk lachen om een malle actie van haar kinderen. Misschien maakte ze zich, net als ik, druk om het huiswerk van haar zoon of over de belastingaangifte. Misschien verlangde zij ook naar rust. Haar plotselinge dood treft velen. Heer, ontferm U.
Ik probeer de tegenstrijdigheden te rangschikken. Even alles weer op volgorde van belangrijkheid op een rij. Mijn bestaan heeft me geleerd dat het leven een proces is. Iedereen is constant in ontwikkeling. Die wijsheid geeft rust en ruimte. Ik zucht nog eens diep en ik ontwikkel me dapper verder. Goddank, ik besta!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *