Mieren in de war

Ik krijg ongenamierenpoederdig op m’n mieter van mijn dochter. Ze spreekt me vermanend toe en dat doet ze zó streng, dat ik  haar niet durf aan te kijken. ‘Wie denk je wel dat je bent?! Heb je überhaupt wel een hart?! Was dit nou nodig?! Nou?!’ Haar ogen spuwen vuur. De rollen zijn volledig omgedraaid. Ik voel me een klein meisje dat gecorrigeerd wordt door haar boze moeder. De aanleiding voor deze reprimande is mijn aanpak van ons mierenprobleem. In de achtertuin en op de oprit hadden we veel last van mieren. Je staat ervan te kijken hoeveel zand zo’n kolonie per dag omhoog weet te tillen. Ik veegde me een ongeluk. Op internet zocht ik naar een diervriendelijke aanpak om de mieren weg te jagen. Insecten doden vind ik zielig, maar ik moest íets. Ik heb geen hekel aan mieren, maar wel aan de hoopjes zand die telkens op mijn stoep lagen. Uiteindelijk kocht ik bij de drogist een bus mierenpoeder. Op de verpakking las ik ‘100% natuurlijke bestanddelen’. Door het geurende poeder zouden de mieren de weg naar het nest niet meer kunnen terugvinden, waardoor ze elders een nieuw nest zouden beginnen. Bij ‘elders’  dacht ik aan de openbare stoep, tien meter verderop. Een bijzonder vriendelijke aanpak, leek mij. De kinderen zagen mij het poeder rond de ingangen van de nesten strooien en vroegen wat ik aan het doen was. ‘Ik ben mieren aan het bestrijden,’ zei ik. Onze oudste dochter is een grote dierenvriend, dus ze zat direct op de kast. Op haar ‘Oh, da’s gemeen!’ legde ik uit hoe het poeder werkt. Ik vertelde dat de mieren niet doodgaan van het poeder, maar dat ze alleen maar de weg naar hun nest niet meer zouden kunnen vinden. Ze leek mijn verhaal te slikken, maar toen ze een kwartiertje op haar knieën had zitten kijken hoe de mieren op het poeder reageerden, stierde ze woedend naar binnen. ‘Mam, kom hier! Kijk nou zelf es! Die mieren zijn helemaal in de war. Ze lopen maar heen en weer… Dit is zó zielig!’ Verwijtend bijt ze me toe: ‘Tsss… Hoe zou jíj het vinden als er een reus kwam die poeder op jouw huis strooide waardoor jij je huis niet meer kon vinden?! Nou?! Weet je wel hoe druk die mieren zijn geweest met het maken van dat nest?!’ Ik loop met haar mee naar buiten en daar krioelt het inderdaad van de gefrustreerde mieren. Naarstig op zoek naar hun nest. Ik heb met ze te doen. Voel me een grote, gemene reus. Op het moment dat ik nog een keer wil gaan uitleggen waarom ik het poeder heb gestrooid, roept mijn dochter verheugd en opgelucht: ‘Oh kijk mam! Ze hebben alweer een nieuwe plek voor een nest gevonden! Gelukkig!’ Inderdaad. Nog geen meter van de plek waar het oude nest zat, kruipt een lange sliert miertjes de grond in. Die zijn waarschijnlijk de hele nacht druk om nieuwe hoopjes zand op de stoep te stapelen. Ik heb het lef niet om de strooibus weer ter hand te nemen. Lieve mieren, sorry dat ik jullie in de war heb gebracht. Ik wens jullie mede namens mijn dochter veel plezier in jullie nieuwe woning. Midden op onze oprit. Ik, grote, gemene reus, gooi mijn strooibus in de kliko. Maar ik weet wél wie er morgen de stoep mag vegen. Succes, dochter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *