Maandelijks archief: augustus 2015

Flevo vrijwilliger

Vanmverkeersbordiddag fietste ik in het dorp bijna een mevrouw van haar sokken. Spannend momentje. Het ging net goed. In het centrum van Veenendaal hebben voetgangers voorrang. Je mag er wel fietsen, als je maar geen voetgangers aanrijdt. Duidelijk. De meeste voetgangers kijken eventjes naar links en rechts voordat ze oversteken. Eigenlijk hoeft dat niet, want ze hebben voorrang, maar ze doen het wel. Anticiperen. Zo niet de mevrouw die vanmiddag bijna in mijn fietsmand belandde. In de verte zag ik haar midden op de weg lopen. Terwijl ik de mevrouw naderde, gaf ik haar gelegenheid om aan te geven welke kant ze op wilde. Ze reageerde daar niet op. Ik besloot dat ik haar het beste links kon passeren, maar toen koos zij plots precies diezelfde kant. Ze leek haast bewust voor mijn fiets te springen. Ik week uit en toen ik haar passeerde, hoorde ik haar zeggen: ‘Ja, maar ík heb het recht om hier te lopen!’ Iets in die trant. Toen begreep ik opeens haar keuze om een bijna-botsing uit te lokken. Tenminste, ik dénk dat ik heb begrijp. Er zijn mensen die zóveel waarde hechten aan hun rechten, dat ze er eventueel een confrontatie voor overhebben om duidelijk te maken dat ze in hun recht staan. Ik zou het niet een sterk rechtvaardigheidsgevoel willen noemen, want iemand met een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft ook moeite met het onrecht dat ánderen wordt aangedaan. Deze mevrouw leek vooral moeite te ervaren omdat zij zélf tekort werd gedaan, in haar beleving.
De mevrouw deed mij denken aan wat ik noem ‘de Flevo vrijwilliger’. Ik leg het uit. Toen ik begin twintig was, ging ik regelmatig naar het Flevo festival. Een soort Pinkpop voor christenen. Dat festival kon niet draaien zonder vrijwilligers. Heel veel onbetaalde krachten werden ingeschakeld om alles in goede banen te leiden. Dat werkte prima. Er was een categorie vrijwilligers die een knalgeel hesje aankreeg met de simpele opdracht: ‘Ga bij dat hek staan en zorg dat niemand je passeert.’ Gewapend met een portofoon kweten zij zich feilloos van hun taak. Niet te vermurwen. Eens wilde ik zo’n man-met-hesje passeren, omdat ik naar mijn tentje moest dat tien meter verderop stond. ‘U mag er niet langs’, sprak de Flevo vrijwilliger. ‘Ja maar, ik wil even wat uit mijn tentje pakken, dat tentje pal achter u,’ wees ik. Ik zei bewust ‘u’, want tegen deze man moest ik niet te familiair doen, voelde ik. ‘Nee, dat mag niet. Je moet omlopen’, herhaalde hij. Ik zuchtte. Terwijl ik mijn tentje door de tralies van het hek bijna kon aanraken, moest ik een kilometer omlopen om even mijn portemonnee uit mijn tent te pakken. Ik was moe van twee nachten doorhalen en kon wel janken van nijd. De man pakte zijn portofoon. ‘Willem, er is hier iemand die er langs wil. Mag dat? Over.’ –geruis op de lijn- ‘Nee Joop, je kent de regels. Dat mag niet. Over en uit.’ Willem had gesproken. Het festival was bijna afgelopen en het hele terrein liep leeg, maar ik moest omlopen. Waarom? Om daarom. De man droeg een hesje en een portofoon. Dat gaf hem niet alleen status, maar ook de autoriteit om mij de snelle, makkelijke toegang tot het terrein te ontzeggen. Onzinnig en mateloos irritant.
Regels op festivals zijn nodig. Net als de voorrangsregels in het dorp. Maar regels zijn er om het leven makkelijker te maken. Te stroomlijnen. Niet om confrontaties in de hand te werken. Ik hou van mensen die een beetje flexibel zijn. Als we allemaal net zo enthousiast opkomen voor de rechten van een ander, als voor die van onszelf, wordt de samenleving een stuk relaxter. Zeker weten.

Hé buuv!

ikea

Wat is het lang geleden dat we elkaar hebben gesproken! Ik zou het heerlijk vinden om weer eens uitgebreid bij te kletsen.
Hier gaat alles goed. Wij zijn deze zomer in België op vakantie geweest. De Ardennen. Prachtige omgeving, leuke camping, heel ontspannen. De vakantie loopt op z’n eind en eerlijk gezegd vind ik het prima dat het nieuwe schooljaar voor de deur staat. Niks mis met regelmaat en ritme.
Terwijl ik dit briefje voor je typ, zitten onze jongens aan de keukentafel een spelletje te doen. Jouw jongste en mijn oudste. Vrienden door dik en dun. Mooi is dat. Ze hebben het blijkbaar erg naar hun zin, want die van jou zit aanstekelijk te schateren. Het is een poos geleden dat ik hem zo hard heb horen lachen. Het raakt me.
Ik moest gister nog aan je denken. De nieuwe IKEA gids viel op de mat. Jippie! Wat keken we altijd reikhalzend uit naar de nieuwe catalogus, hè? De bladzijden die ik aan jou zou willen laten zien, heb ik al gemarkeerd. Die groene stoel op bladzijde 218 vind ik écht wat voor jou.
Laatst zag ik je nog fietsen. Tenminste, ik dacht dat jij het was. Ik wilde je naam roepen en zwaaien. Dan zouden we allebei zijn afgestapt om even te kletsen over dingen die er eigenlijk helemaal niet toe doen. Maar ik bedacht me net op tijd dat jij het niet kon zijn.
Onze jongens zitten nog steeds aan de keukentafel. Als ik die van jou zo heerlijk uitbundig hoor lachen, schieten bij mij de tranen in m’n ogen. Ik weet niet waarom. Een verwarrende mengeling van gevoelens. Vooral ontroering, denk ik. Dat ventje was veel te jong om zijn moeder te verliezen. De afgelopen maanden wilde ik ‘m regelmatig heel stevig knuffelen, maar ja, als je veertien bent, zit je niet echt te wachten op een knuffel van je buurvrouw. Dus ik hield me in.
Niet te geloven, lieve buuv, dat het overmorgen alweer een jaar geleden is dat jij stierf. We verschilden in veel opzichten van elkaar, maar hadden genoeg raakvlakken om uren te kletsen. In ons huis wordt jouw naam nog vaak genoemd.
Dat jij er nu niet meer bent om me te vertellen hoe jouw vakantie was, doet pijn. Dat ik de kleine, alledaagse dingen niet meer met je kan delen, maakt dat ik je mis. Maar met de lach van jouw kwetsbare, dappere zoon schalt het door mijn keuken: Het leven gaat door.
De tijd verstrijkt. Ongenadig en genadig tegelijk. Ik bid dat de tijd het gapende gat een beetje zal dichten. Dat het de wonden heelt die jouw dood achterliet bij jouw man en kinderen, je zus en broers en alle mensen die jou zo missen. Lieve buuv, ik wens je vrede.