Maandelijks archief: oktober 2015

Ouderavond

lan party

Ik breng mijn avonden graag door op de bank, met in mijn ene hand de afstandsbediening en in de andere hand mijn telefoon. In de diverse schermen gedoken, vliegt een avond voorbij. Gisteravond besteedde ik mijn avond anders. Niet beter, want ontspannen op de bank is heel belangrijk, maar anders. Ik ging naar de ouderavond van school. En die avond ging over kinderen en nieuwe media.

Toen mijn moeder veertig was, waren er geen tablets, laptops en smartphones. Wij keken thuis wel tv, maar de tv bood destijds niet zoveel informatie en vermaak als onze kinderen anno 2015 via internet op ieder moment van de dag op hun scherm kunnen toveren. Wat is er in twintig jaar tijd veel veranderd! De kinderlokker van toen maakt nu een nepprofiel aan op Instagram. Pesten gebeurt niet meer op het schoolplein, maar via Whatsapp. Er is een hele dimensie bijgekomen.
We kunnen er niet onderuit. Internet is een wezenlijk deel van ons bestaan geworden. Wij, ouders van nu, zijn de eerste generatie ouders die heel bewust moet nadenken over dingen als beeldschermtijd en internetfilters.
Persoonlijk vind ik het geweldig om een ontelbare delen tellende encyclopedie in de kontzak van mijn spijkerbroek te dragen. Ik voel me wijs. Hoewel ik me realiseer dat het schijnwijsheid is. Ik zoek graag dingen even snel op. De betekenis of schrijfwijze van woorden, het geboortejaar van een acteur, de geschiedenis van Karel V en het nieuws, vers van de pers.
We proberen onze kinderen op te voeden met bepaalde normen en waarden. Behandel de mensen om je heen met respect. Leef in het Licht. Als ze die normen meenemen als ze online gaan, komt het wel goed. Natuurlijk met voorzorgsmaatregelen. De laptop staat in de woonkamer, zodat ik over hun schouders mee kan kijken. Gister hoorde ik de tip: check zo nu en dan de browsergeschiedenis. Dat vond ik een goeie. De schermtijd tot op de minuut begrenzen, lukt mij meestal niet. Ik ben geen vrouw van de klok. Daarbij, ze kunnen beter een uur op Minecraft zitten, dan een half uur kijken naar het vlog van een tierende en vloekende adolescent. Denk ik.
We moeten niet te negatief zijn over de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media. Of je nu veertig bent of tien, niemand wil horen dat vroeger altijd alles beter was. Die opmerking slaat lam. Onze kinderen hebben er niet voor gekozen om in deze tijd geboren te worden. Wíj wilden graag kinderen en werden rijk gezegend. Nu is het aan ons om onze kinderen in de wereld van nu verantwoord groot te brengen. Met internet. Met grenzen. Met wijsheid. Mijn taak als moeder zie ik vooral in het intact houden van het gevoel van wat wel en niet kan. Ik wil niet dat mijn kinderen afstompen. Dat ze beelden van onthoofdingen gewoon gaan vinden. Ik ga niet voorkomen dat ze op internet een keer een blote vrouw in een onmogelijke positie voorbij zien komen. Of een paar hele harde vloeken horen. Ik hoop dat ze blijven schrikken van beelden en woorden die buiten hun grenzen vallen. Grenzen die we samen bepalen.
Ik sluit af met een belangrijke note-to-self: Leg weg die telefoon, Liel! Kinderen leren veel meer van wat je ze met daden voorleeft, dan van wat je ze met woorden vertelt. Mijn kinderen en ik, wij leren samen. Online en ook heel graag offline.

Over geestverruiming en wederkerigheid

dekar
Ik was dus in Afrika. Ik was tien dagen in Botswana en Namibië en nu ben ik thuis. Een beetje beduusd zit ik op de bank en ik kijk om me heen. Wat is mijn huis groot, wat zit mijn bank zacht, wat zijn mijn kinderen weldoorvoed en wat heb ik veel spullen. Spullen die ik blijkbaar helemaal niet nodig heb. De mensen die ik ontmoette, leven met heel veel minder. Maar wie is rijker? Heeft rijkdom te maken met bezit? Zijn de mensen die ik ontmoette slachtoffer van hun armoede, of ben ik slachtoffer van mijn rijkdom? Waarom zou je materieel bezit verzamelen, als een schat aan wijsheid veel meer waard is?
De bel gaat. Mijn zwager Wilco staat voor de deur. Wilco, die in zijn leven veel gereisd heeft en die daar veel van leerde. Ik ben blij hem te zien, want ik weet dat hij mijn verwarring snapt. Ik zet koffie en we praten. Over Afrika, over wat ontmoetingen met je doen en over God. Wilco helpt mij mijn gedachten te ordenen.
Ik vraag me af: Heb ik meer achtergelaten dan alleen geld? Het geld dat mijn (Facebook)vrienden voor het peuterschooltje in Dekar gaven door mijn ansichtkaarten te kopen? Hebben de vrouwen die ik sprak gevoeld dat ik hen respecteer? Heb ik ze bemoedigd? Of zorgde mijn aanwezigheid juist voor frustratie? Waarom is het verschil tussen Lilian, moeder in Veenendaal, en Taux’ei, moeder in Dekar Botswana, zo groot? Of is het verschil helemaal niet zo groot als op het eerste gezicht lijkt? Willen we allebei niet gewoon hetzelfde: rust, geluk, erkenning en harmonie? Mijn hoofd loopt over. Goed hulpverlenen, op een respectvolle manier, is helemaal niet makkelijk.
Vroeger dacht ik dat hulpverlenen in het buitenland betekende: geld geven. Punt. Niet dus. Alleen geld geven is respectloos, leerde ik sinds ik secretaresse ben op het diaconaal bureau. Gister hoorde ik zelfs iemand zeggen: geld verhindert wederkerigheid. Nog nooit van ‘wederkerigheid’ gehoord? Geeft niet. Voor mij is het ook een relatief nieuw begrip. ‘Wederkerigheid is een patroon van geven en ontvangen van materiële en immateriële giften, zoals hulp en ondersteuning tussen mensen’, las ik een definitie op internet. Als je hulp verleent door alleen maar te geven en niets terug te verwachten, is er sprake van ongelijkheid. Iemand die geholpen wordt, op welke manier dan ook, moet ‘dankjewel’ zeggen. En die ongelijkheid willen we niet, want die staat haaks op wat wij geloven. We zijn gelijk, omdat we allemaal kinderen zijn van God. Ga er maar vanuit dat de ontvanger veel te bieden heeft. Dingen waar jij beter van wordt. Geen geld of goed misschien, maar iets wat niet met geld te koop is. Wijsheid. Vriendschap. Ervaring. Vertrouwen.
Echt helpen doe je niet door alleen maar geld te geven. Als je alleen maar geld geeft, creëer je afhankelijkheid. Een term die ik de laatste jaren leerde, is ‘empowerment’. Buitenlandse hulpverleningsprojecten moeten mensen sterker maken. Krachtig om hun armoede zélf te lijf te gaan. Een project moet ‘sustainable’ zijn. Je kunt veel beter een hengel geven, dan een vis. Dat maakt een project duurzaam. Dan heeft het effect op langere termijn. Eigenlijk heel logisch, maar hoeveel goedbedoelde projecten blijven niet steken bij geld geven alleen? Ontwikkelingshulp is een wetenschap. Goed helpen een kunst.
In Botswana hongerde ik naar bevestiging en acceptatie. De vrouwen die ik ontmoette, maakten dat ik me geaccepteerd voelde. Ik was dorstig door de hitte en stoffigheid van de Kalahari. En zij gaven me water. Ik was een vreemdeling. Een rare, blanke eend in de bijt. En zij zorgden dat ik me thuis voelde. Ik voelde me bloot en kwetsbaar. En zij kleedden mij met hun warmte. Ik was gevangen in mijn eigen gedachten en hun glimlach bevrijdde mij.
En nu sta ik dus weer met beide benen op Hollandse bodem. Rijker dan ik al was. Ik sluit mijn ogen en probeer me te herinneren hoe het voelde: het warme woestijnzand tussen mijn tenen. De warmte van de mensen. De hitte van de zon. Thuis draai ik de verwarming omhoog in een poging om die warmte opnieuw te voelen. Wat ik heb meegemaakt, neem ik met me mee. Onbetaalbaar. De gezichtjes van de peuters en kleuters van het schooltje in Dekar staan in mijn geheugen gegrift. Voor hun juffen voel ik respect. De juffen die geloven dat onderwijs een manier is om een vicieuze cirkel van armoede te doorbreken. Tegen de klippen op. God, zegen hun inspanningen!
Geld maakt gelukkig. Toch wel. Geld maakt gelukkig als het je in staat stelt om te reizen en daardoor heel veel te leren. Over anderen. Over jezelf. Over wat er écht toe doet in het leven. Een vliegticket is een geestverruimend middel. Als ik alle indrukken van deze reis naar Afrika heb verwerkt, zou ik graag opnieuw op reis gaan. Ik wil meer leren van andere culturen, van broeders en zusters in het buitenland. Geestelijk groeien. Wederkerigheid ontstaat in relaties. Echte contacten. Face to face. Van hart tot hart. Dat maakt rijk. Wie gaat er met me mee?