Maandelijks archief: november 2015

Zweedse ballen, wijze les

broken heart

Gisteren waren we met ons gezin bij Ikea. In het restaurant bestelden we zes porties Zweedse ballen en zes kartonnen bekers die we zelf mochten vullen. Aan het tafeltje naast ons zaten een man, een vrouw en twee meiden. De vrouw was te jong, haar laarzen te duur en haar outfit te verzorgd om de moeder van de meisjes te kunnen zijn. We hoorden de man tegen zijn dochters zeggen: ‘Als je wat leuks ziet voor je kamer, dan zeg je het maar. Dan kopen we dat. Wat dan ook.’ Aha, dacht ik. Deze man wil een schuldgevoel afkopen. Met een lamp, een kastje of misschien wel een nieuwe hoogslaper. Ik keek mijn man aan en hij mij. We lachten allebei. Wij zouden nooit tegen onze meisjes zeggen: ‘We gaan naar een winkel en als je wat leuks ziet, dan zeg je het maar, dan koop ik het voor je.’ Wij zeggen altijd iets in de trant van: ‘We gaan naar Ikea, maar je gaat niet de hele tijd lopen zeuren dat je iets wilt. Je krijgt een bord ballen en misschien een pak tekenpapier, maar verder niks.’ De man die naast ons zat, moest wel een gescheiden man met nieuwe vlam zijn. Hij had met haar afgesproken, maar was even vergeten dat hij dit weekend de kinderen had. Alleen gescheiden ouders hebben ‘de’ kinderen. Ik heb gewoon kinderen, zonder ‘de’. Vooral toen onze kinderen jonger waren, was ik weleens jaloers op gescheiden mensen met een kinderloos weekend, maar dat verlangen is voor ons nooit een aanleiding geweest om de echtscheiding in gang te zetten.
Het stel naast ons had de ballen op en liep richting de afruimband. Het zag er een beetje droevig uit, hij in een net pak en zij op haar dure laarzen bij de afruimband van Ikea. Ik fluisterde tegen mijn man – ik wilde onze kinderen erbuiten houden – ‘Als hij nou zo meteen bij het weglopen z’n hand op haar kont legt of een arm om haar middel slaat, dan weten we het zeker: Gescheiden vader met nieuwe vriendin.’ Triest. Ik zou de man door elkaar willen rammelen en schreeuwen: ‘Was toch gewoon bij je eigen vrouw gebleven, sukkel! Het verdriet van je kinderen koop je niet af met een Ikeakleedje. Ja, de moeder van je kinderen wordt ouder. Ze heeft twee dochters gedragen en gebaard. Dat tekent een vrouw. Dat maakt haar mooi. Geen reden om haar in te ruilen. Weet je trouwens wel dat jij er naast die jonge meid heel oud uitziet? Idioot…’
Het viertal liep weg, maar er gebeurde niks. Ze liepen gewoon achter elkaar aan. Ik voelde me haast teleurgesteld dat de man niet aan mijn verwachting voldeed. Dat hij zijn nieuwe aanwinst niet even naar zich toetrok, zoals een verliefde man dat doet. Toen ze bijna uit ons zicht verdwenen waren, zag ik dat hij een arm om de schouders van een jonge, blonde vrouw legde. ‘Ja hoor!’, fluisterde ik triomfantelijk in de richting van mijn man. Zie je wel! Maar… het was niet de vrouw met de dure laarzen die hij liefdevol omarmde, het was zijn oudste dochter. Zo uit de verte zag het er oprecht en lief uit. En ik schaamde me. Diep. Wie ben ík om dit stel in een vakje te proppen? Wie ben ik om te oordelen? Misschien was deze man gescheiden van een vrouw met wie onmogelijk samen te leven was. Misschien had zijn echtgenote hém in de steek gelaten, in plaats van andersom. De vrouw met de lange, blonde haren en de hippe outfit deed anders vermoeden, maar dan nóg. Lilian, hou je oordeel voor je! Niet zo bekrompen. Schrijf mensen niet af op hun buitenkant. Wat weet jíj nou van de situatie?
Ik kom altijd verrijkt terug van een paar uurtjes Ikea. Ik haal er niet alleen batterijen en afwasborstels, maar ook diverse soorten wijsheden. Volgende week weer.

Ladies Night

ladies

Ik was vanavond bij een Ladies Night. Ik, Lilian, bij een avond voor ladies. Niet lachen, dat is niet aardig. Wat ik me erbij moest voorstellen, zo’n Ladies Night, dat wist ik niet zo goed. Ik was uitgenodigd door vriendinnen en het leek me wel leuk, vooral omdat ik met die vriendinnen zou gaan. In een plaatselijke kroeg zouden allerlei kraampjes staan opgesteld met voornamelijk tutspullen, begreep ik uit de flyer.
Ik ben geen type dat zich dagelijks optut. Kleren moeten functioneel zijn. Laatst kocht ik een blouse met strikjes aan de mouwen. Die strikjes zitten me de hele dag in de weg. Als ik m’n handen was, worden ze nat. Als ik m’n broek dicht doe, zitten ze tussen m’n gulp. Ik word er niet goed van. Om schoenen en tassen geef ik ook niet veel. De zwart leren tas die ik dagelijks gebruik, heb ik al jaren. Aan mijn make-up besteed ik weinig aandacht.  Vaak ga ik zelfs zonder make-up de deur uit. Mijn nagels zijn kort en ongelakt. Ik draag maar één sieraad en dat is mijn trouwring.
En nu ging ík, bepaald geen lady, naar een Ladies Night. Ik wilde goed voor de dag komen, dus ik nam een douche en föhnde mijn haar. Van de douche naar de slaapkamer oefende ik een damesachtig loopje. Na het douchen hees ik mezelf in mijn corselet. Mijn wat? Mijn corselet. Een soort elastieken romper voor volwassen vrouwen. Het maakt de buik platter en fixeert de borsten. Uiterst oncomfortabel, maar wel flatteus.
In mijn kast vond ik geen speciaal voor deze avond geschikte kleding, dus ik besloot gewoon als mezelf te gaan. Mijn laarzen, een spijkerbroek en een eenvoudig vestje. Ik was er klaar voor en stond open voor alles en iedereen. Zonder angst om uit de toon te vallen. Zonder vooroordelen. Immers, iemand die aandacht besteed aan zijn verschijning, is niet per definitie oppervlakkig. En ik ben geen snob.
‘Hoe was het?’, vraagt Richard als ik ’s avonds laat thuiskom. Hij probeert een minzaam lachje te onderdrukken. Ik doe net of ik dat niet zie. Ik moet even serieus nadenken over zijn vraag. Hoe was het? Nou, eigenlijk wel leuk. Er waren kraampjes waar je je huid kon laten analyseren. Best belangrijk. Ik liet me met een geveinsd geïnteresseerde blik informeren over de laatste stand van zaken op het gebied van schoonmaakmiddelen. Ik snuffelde aan zakjes die naar kaneel roken en verbaasde me over de armbanden die de waarde van een volle mand boodschappen vertegenwoordigden. Mijn favoriete kraam was die waar je kaas en andere hapjes kon proeven. Heerlijk. De avond was gezellig omdat ik er met vriendinnen was. We hebben samen erg gelachen. We dronken wijn uit een limonadeglas en kregen bitterballen van een mooie jongen met een zwart strikje om zijn blote nek. Een jongen die mijn zoon kon zijn.
Ik ga naar bed. Als ik mijn corselet verruil voor mijn pyjama, haal ik opgelucht adem. Tevreden draai ik me op mijn zij. Bevrijd uit hun dwangbuis, gehoorzamen mijn borsten de wetten van de zwaartekracht. Zoals het hoort. Dat corselet gaat morgen de kliko in.
Vanavond zag ik veel mooie vrouwen. Ladies, stuk voor stuk. Hun uitstraling wordt vooral bepaald door hoe ze naar zichzelf kijken. Uitstraling staat los van kleding en kapsel, manicure en make-up.
Maar ik daag mezelf uit. Ik ga de komende tijd onderzoeken wat een mooie jurk met me doet. En of een vrolijk gekleurde sjaal me ophaalt. Schoenen hoeven niet perse lekker te zitten, als ze maar mooi zijn, leerde ik vanavond. En als ik iedere ochtend een kwartiertje eerder opsta, heb ik genoeg tijd om mezelf even mooi op te maken voor ik de deur uitga. En misschien, heel misschien ga ik de manicurebon die ik vanavond won tijdens de Grote Verloting wel inwisselen voor tien keurig gelakte nageltjes. Wie weet. Nooit te oud om te veranderen. Hier komt Lady Lilian.

Bouwmarkt-therapie

winterdepressieIk heb mezelf voorgelogen. Jarenlang. ‘Het doet me niets!’, riep ik. ‘Dat het om vier uur al gaat schemeren en het om zeven uur donker is, daar trek ik me niks van aan.’ Wel dus… Ik heb er moeite mee en ik kan mezelf niet meer wijs maken dat het anders is. Ik hou van licht.
De ramen waardoor in de lente en zomer het licht volop mijn huis binnen stroomt, zijn nu grote, zwarte schilderijen zonder voorstelling. Van binnen naar buiten kijken is onmogelijk. Ik weet dat achter dat raam mijn tuin begint. De tuin waar ik in de zomer zo graag een poosje onkruid wied en plantjes water geef. Maar ik zie de viooltjes niet. De wereld is piepklein geworden.
Omdat het buiten koud is, gaat de verwarming binnen omhoog. Ik heb een hekel aan de kunstmatige warmte van de cv. Ik ben bang dat mijn huisgenoten mij voor gek zouden verklaren als ik de deuren en ramen tegen elkaar openzette. Ik heb het weleens geprobeerd, hoor. Dan riep ik: ‘Niet zeuren! Even wat frisse lucht. Als je ’t koud hebt, pak je maar een dekentje.’ Maar helemaal eerlijk is dat natuurlijk niet. Ik kan mijn benauwdheid niet gaan projecteren op de rest van mijn gezin. Soms, als iedereen de deur uit is, behalve ik, draai ik de thermostaat omlaag en dan doe ik het tóch. Alle deuren en ramen open. Tot mijn lijf en mijn hoofd zijn afgekoeld. Zo heerlijk behaaglijk fris.
In de winter spelen de kinderen na het eten niet meer buiten. Ze springen niet meer op de trampoline. Trappen geen balletje op het veldje. Nemen niet nog even een duik in het zwembadje. Nee, in plaats daarvan hangen ze op de bank. En omdat ze op elkaars lip zitten, belanden ze vrij makkelijk bij elkaar in de haren. Ook zíj verlangen naar lucht en licht, verklaar ik hun gedrag.
Maar goed, het is pas begin november, dus we hebben nog even te gaan. Ik kan niet elke dag een paar uur gaan zitten sippen en somberen terwijl ik wacht op de zon die op dat moment een andere kant van de aarde verwarmt. Dat zou verspilde tijd zijn. En een heel slecht voorbeeld voor mijn kinderen. Ik moet ermee leren omgaan.
Vanavond na het eten gingen we voor een boodschapje naar de bouwmarkt. We zijn er met z’n allen in de auto door het donker heen gereden. Toen we de parkeerplaats opdraaiden, ontsteeg ik mijn winterdip. Het licht van de bouwmarkt stroomde ons buiten al tegemoet. In de bouwmarkt geen zuinige sfeerverlichting, maar lange rijen TL bakken. Ik fleurde er helemaal van op. Badend in het witte licht slenterde ik door de gangpaden. Bij de lampenafdeling bleef ik steken. Een geluksgevoel overviel mij. Zoveel verschillende soorten verlichting! Ik draaide aan wat knopjes, knipte wat schakelaartjes aan en ik genoot. Toen ik richting de kassa langs de informatiebalie liep, wilde ik eigenlijk om een sollicitatieformulier vragen. Stel je voor, een avondbaantje tijdens de wintermaanden. Seizoensarbeid. Op therapeutische basis. Elke donkere avond tegen betaling baden in dit licht. Maar ik hield me in. Mijn taak ligt thuis.
Bij de bouwmarkt hebben we een stel zuinige, maar felle, warm witte LED lampen meegenomen. Toen we thuis kwamen, heeft Richard ze direct in de keukenplafondspots gedraaid. De vrolijkheid die ik voelde in de bouwmarkt, voel ik nu ook als ik achter mijn aanrecht sta.
Ik pak mezelf aan. Niet zeuren, niet piepen. Morgen komt de zon om 7.35 uur weer op. Dat is te overzien. Van de dageraad word ik heel gelukkig. Als het nog even schemert voordat de zon opkomt, klopt mijn hart vol verwachting.
Ik realiseer me dat, als de zon bij ons ondergaat, er aan de andere kant van de wereld mensen blij zijn dat de zon zich weer laat zien. Alles op Zijn tijd. Alles eerlijk delen. Ook de zon. Over 140 nachtjes begint de lente.