Maandelijks archief: februari 2016

Supertramp en konijnenkontjes

school

 

Vroeger, toen Richard en ik net verkering hadden, reden we vaak lange einden in zijn rode Volvo terwijl we muziek luisterden. Het was een verfijnde versiertruc die Richard met succes op meerdere meisjes toepaste. Als het ging schemeren parkeerde hij zijn auto bij het Zandgat en in het licht van de koplampen telden we oneindig veel konijntjes met witte, pluizige staartjes op hun kleine kontjes. Welke vrouw valt daar niet voor? Ik wel. Ik was verkocht.
Vanmiddag zaten Richard en ik, net als vroeger, in de auto en we luisterden muziek. Ik genoot. Zowel van het nummer ‘School’ van Supertramp, waar zo’n prachtige opbouw in zit dat ik er telkens weer kippenvel van krijg, als van het silhouet van Richard. Het zijaanzicht dat mij al vijftien jaar zo heerlijk vertrouwd is. Geen huwelijk is perfect. Ik ben maar een mens, net als hij. Maar als Richard pianospeelt en hij weet niet dat ik luister, als ik me verbaas over zijn algemene ontwikkeling en hem respecteer omdat hij heel ingewikkelde boeken leest, in het Engels, als hij een bijdehandte grap maakt waar ik vreselijk om moet lachen, dan weet ik: bij hem wil ik horen. For better, for worse. Till death do us part.
Het was even heel idyllisch, vanmiddag in de auto. Het was net of we vijftien jaar terug waren in de tijd. Met één vrij aanwezig verschil. Of eigenlijk vier vrij aanwezige verschillen. Op de achterbank van de auto zaten onze kinderen. Vier kinderen die onze muzieksmaak niet konden waarderen. Vier kinderen die zich onmogelijk konden voorstellen dat hun ouders ooit ook jong waren.
We zijn een generatie aan het opschuiven. Ontkennen is zinloos. Over een paar jaar zit onze dochter naast een ons nu nog onbekende jongeman in een auto. Ze zullen samen muziek luisteren en misschien in het licht van de koplampen konijnenkontjes tellen.
Ik wil graag dat mijn kinderen gelukkig zijn. Nu en later. Ik hoop dat ze vinden waar ze naar zoeken, ook in de liefde. Als je zo ongeveer op dezelfde golflengte zit, als er sprake is van wederzijds respect, als je niet te veel waarde hecht aan onbelangrijke dingen en als je elkaar de ruimte geeft, dan kom je samen een heel eind. Geloof me, ik spreek uit ervaring. L♥R

honger vs gft-afval

 

Het is niet de ezo afrkikaerste keer dat ik me als secretaresse van de afdeling diaconaat verdiep in een crisissituatie ergens ter wereld. Regelmatig doen deputaten een oproep aan de kerken om te collecteren voor noodhulp. Zo ook nu. Deze keer is er geld nodig omdat het leven van onze naasten in Zuidoost-Afrika opnieuw wordt bedreigd door aanhoudende droogte.
Op kantoor verdiep ik me in de situatie zodat ik een korte, bondige flyer kan samenstellen om de kerken te informeren. Ik haal mijn informatie uit de brandbrieven die vanuit Mozambique naar ons kantoor werden gestuurd en op internet zoek ik de nodige achtergrondinformatie. Ik lees van een moeder in Zimbabwe die moet kiezen wie van haar kinderen ze vandaag te eten zal geven. Ik zie een foto van een man die bij een maisveldje kijkt naar de verbrande resten van wat ooit een redelijke oogst leek te worden. Zijn smalle, afhangende schouders in het te ruime jasje spreken boekdelen.
De oorzaak van deze veel te lange droogte is volgens deskundigen klimaatverandering. En die klimaatverandering wordt vooral door de rijken der aarde veroorzaakt. Onze onverzadigbare drang naar groter, sneller en meer, brengt ernstige schade toe aan Gods schepping. De prijs voor onze luxe is hoog. Het kost de allerarmsten vandaag het leven. Even walg ik vreselijk van mezelf.
‘Wat zit je te zuchten?’, vraagt mijn collega die tegenover mij aan het werk is. ‘Ik ben hier slecht in’, zeg ik. ‘Ik vind het heel confronterend al die ellende. En het is niet eens zo heel ver weg.’ Stap in een vliegtuig en een paar uur later doet de allesverzengende hitte van El Niño je naar adem happen. De honger is dichtbij.
Het is tijd voor een korte koffiepauze. Ik maak me los van mijn scherm en dat is weer een hele ervaring op zich. Hoe makkelijk kunnen wij ons in het leed van een ander verdiepen, om vervolgens letterlijk weg te lopen van de pijn? ‘Dit is gebrokenheid’, zeg ik tegen mezelf. ‘Voel het maar even. Daar krijg je niks van.’ Het koekje bij de koffie sla ik over.
Terug op mijn werkplek leg ik de laatste hand aan de flyer. Daarna maak ik een powerpointpresentatie, die in de kerken kan worden vertoond. Ik zoek naar foto’s die respect en oprecht medeleven oproepen. Geen foto’s van uitgemergelde kinderen en hun wanhopige moeders, maar foto’s die zeggen: onze naaste in Zuidoost-Afrika kan prima voor zichzelf zorgen, maar heeft nu even onze hulp nodig. Wij vinden onszelf zo ontwikkeld, helemaal vergeleken bij Afrika, maar het is de vraag wie er wijzer met de schepping omgaat: zij of wij.
Als ik ’s avonds een volle container etensresten aan de weg zet, voel ik me ontzettend bekeken. Niet alleen door de Afrikaanse man die naast zijn verdorde maisveld staat, maar ook door mijn Hemelse Vader. En daarom bid ik zachtjes: ‘Heer, leer mij verantwoord omgaan met mijn rijkdom. Help mij om de schade die ik veroorzaakte, te herstellen. Mea culpa. Maranatha.’

Maria, mijn buurvrouw

huis maria

Het is zaterdag. Samen met mijn man en kinderen heb ik de avond doorgebracht op de bank. We keken tv, aten chips en nu is het tijd om naar bed te gaan. Ik trek mijn nachthemd aan en kruip tevreden onder de wol.
Als ik wakker word, ben ik even bang dat ik droom. Naast mij ligt nog steeds mijn man, maar op zijn kin die gisteren nog gladgeschoren was, prijkt nu een indrukwekkende baard. Ik stap mijn bed uit en voel niet de vertrouwde vloerbedekking onder mijn voeten, maar een ruw kleed, gemaakt van iets als jute. Ik trek mijn sandalen aan en loop het slaapvertrek uit. De ruimte waar ik in terecht kom, is zo’n tien vierkante meter groot. De muren zijn van klei en door een kier in het rieten dak piept een zonnestraal. In een hoek van de kamer is een soort vuurplaatsje waar een pot boven hangt. Ik moet in een historisch museum zijn terechtgekomen. Het is allemaal heel echt. Mijn kinderen lijken niets te merken van mijn verwarring. Ze spelen achter het huisje onder een boom een eerste-eeuwse versie van Minecraft. Met een grote stapel blokjes die ze van de buurman hebben gekregen, bouwen ze hun eigen driedimensionale wereldje.
In de tuin van de buren staat een kleine overkapping. De buurman is daar aan het werk. Hij timmert en lustig op los. Ik hoor de buurvrouw roepen: ‘Jozef, ik ga dadels halen! Let jij even op de kleine?’ Met ‘de kleine’ doelt ze op het kind dat in het zand met wat steentjes speelt. Als het jongetje mij opmerkt, kijkt hij me aan. Zijn ogen zijn de vriendelijkste waar ik ooit in gekeken heb. Mijn hart gloeit ervan.
Als de buurvrouw terugkomt met haar dadels, ziet ze me voor mijn huisje zitten. Ik ben nog steeds in de ban van haar kind. ‘Ook goeiemorgen!’, roept ze. ‘Lekker weer vandaag. Ga je straks mee naar de bron? Ik moet nog water halen.’ Ik knik, maar heb geen idee wie deze vrouw is. Ze vervolgt: ‘Jozef kijkt vanmiddag even naar jullie klemmende deur, hoor. Dat heeft hij beloofd. Hij is zo druk, joh!’
Ik heb een reis gemaakt door de tijd en ben terecht gekomen ergens aan het begin van onze jaartelling in een dorp in Israël. Omdat ik geen paniek bemerk bij mijn man en kinderen om deze vreemde situatie, leg ik me er ook bij neer.
Ik wen vrij snel aan het leven in het dorp dat Nazareth heet. We moeten best hard werken, maar het leven is goed te overzien. Daar hou ik van. De kinderen groeien op en ook mijn kleine buurjongetje is al snel een volwassen man. Ik heb hem al een poosje niet meer gezien. Hij schijnt met een groep vrienden rond te trekken in de buurt van Jeruzalem.
Maria maakt zich zorgen over hem. Ik zie het aan haar gezicht. Het is heel lang geleden dat een engel tegen haar zei dat ze een bijzonder kind zou krijgen. Die woorden bewaarde Maria in haar hart. Ze is benieuwd hoe dat bijzondere zich zal uiten. Ze houdt van haar zoon. Hij wil het beste voor de mensen, maar lang niet iedereen begrijpt hem. Hij zegt ook van die vreemde dingen… ‘Ik ben het brood des levens. Wie van mij eet, zal nooit meer honger hebben.’ Dat is toch raar?
Wat ik zelf van mijn buurjongen vind? Ik weet het niet. Hoe hij mij aankeek bij onze eerste ontmoeting, zal ik nooit vergeten. Hij is de goedheid zelve en dat raakt me. Dat hij zich ‘de zoon van God’ noemt, vind ik een beetje gek. Over God weet ik alleen wat er in de boeken van Mozes staat. En de profeet Jesaja had het over de Messias die komen zou, maar de profeet zal toch niet mijn buurjongen hebben bedoeld? Ik weet het niet, hoor.
Dan, op een dag, gebeurt er iets vreselijks. De zoon van Jozef en Maria wordt vermoord. Op een gruwelijke manier. Ver van ons dorp Nazareth, waar hij opgroeide. De overpriesters in Jeruzalem krijgen het een beetje benauwd omdat de zoon van Maria zoveel aanhangers heeft. Zij voelen zich bedreigd en noemen hem een onruststoker. Prefect Pontius ziet niet veel kwaad in hem, maar omdat hij de overpriesters graag te vriend houdt, laat hij hem doden.
Die avond kom ik Maria tegen. Wat ik ineens in Jeruzalem doe, weet ik niet, maar in een droom kan blijkbaar alles. Maria zit apathisch op een bankje en is ontroostbaar. Toen de engel haar vertelde over haar bijzondere kind, was dít bepaald niet wat ze in gedachten had. Ze snapt er niks meer van.
‘Geloof jij dat hij de zoon van God is?’, vraagt ze aan mij als ik naast haar ga zitten. Ik zwijg en staar naar mijn stoffige sandalen. ‘Ik weet het niet, Maria… Echt niet… Maar Jezus was een goed mens. Dit had nooit mogen gebeuren!’ Er loopt een koude rilling over mijn rug. Als je toch als moeder moet toekijken hoe jouw kind aan een houten paal wordt gespijkerd… Hartverscheurend. Ik kan me onmogelijk voorstellen hoe Maria zich voelt. In de verte zie ik de vrienden van haar zoon aankomen. Zij komen vast om Maria te troosten. Om samen na te praten over de verschrikkelijke gebeurtenissen van de afgelopen dagen. ‘Sterkte, Maria,’ fluister ik. En dan laat ik haar alleen.
Ik word wakker uit een hele diepe slaap als ik muziek hoor. Het blijkt mijn wekker te zijn. Ik realiseer me dat ik terug ben waar ik hoor. In mijn eigen bed, in mijn eigen tijd. Mijn hoofd bonkt. Een beetje suf zet ik mijn voeten op de zachte vloerbedekking. Op de rand van mijn bed probeer ik me mijn droom te herinneren.
Met de kennis van vandaag, weet ik dat het verhaal – God zij dank!- goed afliep. Het wordt Pasen. Jezus werd vermoord en begraven, maar Hij stond op uit de dood en is al zo’n 2000 jaar springlevend voor de degenen die in Hem geloven.
Had ik nog maar even naast Maria op dat bankje kunnen zitten. Dan zouden we samen praten over de diepste betekenis van wat er die week in en om Jeruzalem gebeurde. Dan zou ik tegen haar zeggen: ‘Nu geloof ik dat Jezus de zoon van God is, Maria. De engel had gelijk. Jouw zoon is heel bijzonder.’

Hej Ikea,

Vanmorgen was ik met mijn vriendin bij Ikea Amersfoort, omdat ik lampen en een badmat nodig had. Na een heerlijk ontbijtje vonden we in uw winkel de dingen die op mijn lijstje stonden en -zoals gewoonlijk- nog veel meer. Toen we over uw ruim gesorteerde afdeling potten en pannen liepen, viel mijn oog op een stamper. Ik moest denken aan vorige week, toen ik hutspot maakte. Bij gebrek aan een stamper, mixte ik de ingrediënten met een elektrische handmixer. Geen succes, mijn hele keuken zat onder de stukken winterpeen. Met in mijn achterhoofd de oranje vlekken op mijn strak gestucte plafond, twijfelde ik geen moment. Deze Ikea 365+ Hjälte stamper moest ik hebben. We winkelden verder en omdat ik helemaal opging in al het moois om mij heen -Ikea is voor mij écht een uitje-, vergat ik bijna de tijd. Om 12.00 uur zouden de kinderen van school komen, dus ineens hadden we een beetje haast. Gelukkig was er een zelfscankassa vrij. Toen ik mijn lampen, badmatten, glazen, kussens en fleecedeken had gescand en betaald, haastten mijn vriendin en ik ons naar de auto. Ik haalde vlug de laatste tas uit het winkelwagentje en toen… De schrik sloeg me om het hart. In een hoekje van de kar zag ik de stamper liggen. Perfect gecamoufleerd en daardoor niet betaald. Ik verkeerde in een zenuwslopende spagaat. Als ik terugliep naar de kassa, zouden mijn dochters straks voor een dichte deur staan. Maar stampen met een onbetaalde stamper was ondenkbaar. Een minuut lang stond ik te dubben, tot mijn vriendin resoluut sprak: ‘Kom op. In de auto. Je rekent dat ding volgende keer maar af.’ Daar zat ik. De hele terugweg van Amersfoort naar Veenendaal met de gestolen stamper op mijn schoot. Toen een politieauto ons op de snelweg passeerde, maakte mijn hart van schrik een sprongetje. Was ik gloeiend bij…?
Inmiddels ben ik thuis. Blij met mijn aankopen, schuldig vanwege de diefstal. Ik bied u langs deze weg mijn oprechte excuses aan. Geloof me, het was geen boze opzet. Een envelop met daarin 3,99 euro gaat vandaag op de post. Wilt u het geld in de kassala stoppen? Dan stamp ik de hutspot een stuk geruster. Dank u wel en graag tot een volgende keer.

Ikea:

Hej Lilian, bedankt voor je uitgebreide bericht. We vinden het fijn om te lezen dat je dankzij onze IKEA 365+ HJÄLTE voortaan geen stukjes hutspot meer aan je plafond zal vinden 😉 Fouten zijn menselijk en we willen je bedanken voor je eerlijkheid en de manier waarop je dit hebt opgelost. Omdat we goed gedrag graag belonen willen we je iets ‘lekkers’ toesturen. Hopelijk kan je bij je volgende bezoek aan IKEA Amersfoort iets langer je tijd nemen en dan een bezoek brengen aan het IKEA Restaurant. Stuur je ons je adresgegevens in een privébericht als je dit wilt ontvangen? Zorgen wij ervoor dat het ‘lekkers’ binnenkort bij jou in de brievenbus ligt! We wachten je bericht af.

Merlot in de hand, brok in de keel

baken

Vanavond nam ik afscheid van de Medezeggenschapsraad van school. Ik dacht dat het me niet zoveel zou doen. Na zeven jaar was het welletjes, vond ik. Tijd om ruimte te maken voor een andere vader of moeder. Ik dacht, zes vergaderingen per jaar minder, dat schept ruimte, dat lucht op. Opluchting was niet het gevoel dat vanavond overheerste. Ik vind het tóch een beetje jammer dat ik geen deel meer uitmaak van de MR.
Tot vorig jaar zaten alle vier onze kinderen op Het Baken. Vier kinderen op de basisschool. Een plek waar ze acht jaar lang een groot deel van de week doorbrengen. Waar ze kennis opdoen en vaardigheden aanleren. Een plek waar ze worden gevormd. Toen onze oudste voor het eerst naar school ging, vond ik het heel raar om mijn kleine kereltje zomaar vijf uur per dag over te laten aan de zorg van een mij onbekende vrouw. Voor een moeder die loslaten moeilijk vindt, was het heerlijk om via de MR een uniek kijkje in de keuken van school te krijgen. Van een afstandje kon ik de boel een beetje in de gaten houden. Gedreven door bemoeizucht, meer dan door betrokkenheid. Zorgen deze onderwijzers goed voor mijn kinderen? Zijn ze bekwaam? Nemen ze de moeite om mijn kinderen echt te leren kennen?
Zeven jaar lang mocht ik in de MR meedenken en meepraten over huisvestingsplannen, begrotingen, continuroosters, jaarrekeningen en groepsverdelingen. Ik kwam op die manier ontzettend veel te weten over de school. Niet alleen over de kennis en vaardigheden van het onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel, maar ook over hun gedrevenheid en hun hart voor kinderen.
En nu is het tijd om afscheid te nemen. Onze oudste is inmiddels van school en zijn zussen volgen weldra. De meisjes lopen zelf naar school. Als ik vraag of ik zal meelopen, vinden ze dat met z’n drieën heel ‘awkward’. Dus ik zwaai ze uit bij de achterdeur. Tot vorig jaar was ik vaak op school als biebmoeder. Heerlijk om al die verschillende kinderen in een middag voorbij te zien komen. Ik kende haast elk kind bij naam. Nu niet meer, want vanwege mijn werk stopte ik met de schoolbibliotheek.
Ik zucht. Ik moet loslaten. Beetje bij beetje afscheid nemen van Het Baken. Een periode afsluiten. Moeilijk, want deze school waar ik zelf als meisje naartoe ging, is voor mij al 35 jaar een veilige haven in onze wijk. Een geweldige plek om te leren en te groeien. Een stabiele basis en een warm nest.
Vanavond kreeg ik bij mijn afscheid een M.R. (lees: emmer) met twee goeie flessen wijn. En nu zit ik op de bank, met een glas merlot in mijn hand en een brok in mijn keel. Het komt goed. Dat baken wijst de weg wel. Ook zonder Lilian.