Maandelijks archief: april 2016

De handen van Aaltje

mulderslaan

April 1946. Het is lente in Veenendaal. Aaltje snuift in de tuin achter haar huis aan de Mulderslaan de zoete geur van bloesems op. Haar oudsten zijn naar school en haar man Toon is naar de sigarenfabriek. Kleine Betsie scharrelt om haar heen. Aaltje legt een hand op haar buik. Haar ongeboren baby trapt voor twee! Ze is zó benieuwd naar het kindje. Het zal nu wel bijna komen.

Aaltje zet een keukenstoel in het zonnetje en rust even uit. Haar gedachten dwalen af. Het lijkt nog maar zo kortgeleden dat de oorlog begon. Toen eind jaren dertig de Duitse dreiging steeds groter werd, besloot de regering de oude Grebbelinie te versterken en dat maakte haar soms bang. Aaltje had zelf gezien hoe er loopgraven werden gegraven en kazematten werden gebouwd. Veenendaal lag midden in de frontlinie en daarom moest in 1940 het hele dorp worden geëvacueerd. Toon en Aaltje kwamen met hun gezin terecht in Hendrik Ido Ambacht. Toen ze na de capitulatie naar huis terugkeerden, moest de oorlog nog beginnen, maar hun huis bleef overeind. Wat is een mens toch rijk gezegend als hij een plek heeft om te wonen, denkt Aaltje.

Het gebulder van de tanks die in mei 1945 via de Nieuweweg naar de Markt reden, herinnert ze zich nog goed. Tijdens de oorlog was ze blijven bidden om vrede. Nu, een jaar na de bevrijding, dankt ze God met haar handen op haar zwangere buik. Veenendaal heeft geleden onder de oorlog, natuurlijk, maar vergeleken bij andere dorpen, bleef de schade beperkt.

Dan is het eind april. Het leven verrast Toon en Aaltje. Zonder dat ze het wisten, groeide in Aaltjes buik een tweeling. Alie en Dikkie worden kort na elkaar geboren. Toon regelt snel een extra bedje. Hij heeft niet veel tijd om bij te komen van deze verrassing, want de baby’s hebben honger. Toon stuurt zijn oudste zoon op zijn step naar de Julianastraat om daar bij de min moedermelk te halen. Aaltje heeft zelf niet genoeg voor twee.

De tijd verstrijkt. Toon en Aaltje worden rijk gezegend met negen kinderen in totaal. Ze brengen hun grut met liefde groot. Het leven in dat huis op de Mulderslaan is eenvoudig en goed. Vader Toon werkt hard en thuis hebben alle kinderen hun taak. Na het houtjes hakken of afwassen, spelen ze met de buurkinderen op straat. Ze doen tikkertje, wegkruipertje en maken in de winter lange, spiegelgladde glijbanen. Dat kleine huisje aan de Mulderslaan herbergt verrassend veel mensen. Voor wie aanschuift aan haar keukentafel, heeft Aaltje een luisterend oor en een helpende hand. Iedereen weet zich welkom.

April 1983. Aaltje, die vroeger haar zwarte haardos in een grote knot droeg, heeft nu een grijs, gepermanent krullenkoppie. Ze is 74 jaar en gaat gekleed in bloemetjesjurken van polyester. Tegenover haar aan tafel in hun flat aan de Grote Pekken, zit Toon. Hun kinderen zijn allang het huis uit. Alle negen kwamen ze op hun plek terecht. Alle negen namen ze de wijze les van thuis mee: leef dichtbij God, dat brengt je geluk. Echt, oprecht geluk.

Aaltje bekijkt haar handen die rusten in haar schoot. De handen die de tweeling voelde schoppen terwijl ze nog niet wist dat het een tweeling was. De handen die gehavend zijn door reuma. Aaltje glimlacht. En Toon begrijpt zijn vrouw zonder woorden. Het was het waard. Het was goed. Ze weten zich rijk gezegend.

In de zomer van 1985 is het lichaam van Aaltje op. Bij haar afscheid schalt door de kerk de Psalm die zo mooi op haar leven aansloot: “D’ eenvoudigen wil God steeds gadeslaan; ‘k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder. Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder; Gij zijt verlost; God heeft u welgedaan.” De deur van Aaltjes hart en huis stonden altijd open voor jong en oud. Ze cijferde zich met liefde weg voor haar man en kinderen. Ze toonde voor iedereen belangstelling. God sloeg Aaltje gade. Hij heeft haar welgedaan. Haar ziel is tot Zijn rust weergekeerd.

Vijftien jaar na de dood van Aaltje woont Toon in de Engelenburgh. Hoewel klein van stuk, is hij krachtig aanwezig. Tijdens zijn leven hebben velen hem leren kennen als een eerlijke, vriendelijke man. Een man bewust van zijn verantwoordelijkheden, die zijn gezin liefdevol onderhield. Zijn negen kinderen bezoeken hem trouw in het bejaardenhuis. Tevreden geniet hij van zijn sigaartjes en hij vertelt graag en gedetailleerd over vroeger, tot vermaak van zijn bezoek. Als Toon sterft, wordt hij bij zijn Aaltje begraven. Hun normen en waarden, dat waar zij in geloofden, leven voort in hun kroost.

April 2016. Het is lang geleden dat Aaltje in haar tuin op de Mulderslaan een keukenstoel in het zonnetje trok om even uit te puffen met haar handen op haar zwangere buik. De tweeling van Toon en Aaltje wordt vandaag 70 jaar.

Nooit eerder voelde ik me zó verbonden met mijn oma Aaltje als vandaag. Ik veeg een traan van mijn wang. Even heb ik het gevoel dat Aaltje naast me staat. Ik voel haar hand op mijn schouder, moeders onder elkaar. Even heb ik glashelder voor ogen wat mijn plek is in de tijd, mijn plek in deze wereld.

‘Waarom huil je, mam? Is er wat?’ Ik schrik op. Ik bracht een moment door aan de keukentafel van Aaltje in dat huisje op de Mulderslaan. Ik had er nog wel een poosje willen blijven zitten, maar de stem van mijn dochter brengt me terug in het heden. ‘Er is niks, meid’, glimlach ik. ‘Ik moest even denken aan hoe snel de tijd verstrijkt. En over hoe belangrijk het is om bewust te leven. Dat ik zo trots ben dat ik een Valkenburg ben en dat ik me zo thuis voel in Veenendaal, het dorp waar mijn wortels liggen. Maar dat is allemaal geen reden om te huilen, hè?’, knipoog ik.

Het verleden bepaalt het heden. Iedereen schrijft vandaag een klein stukje geschiedenis. Leef bewust. In het licht. Laat wat moois na. Net als Toon en Aaltje.