Maandelijks archief: juli 2016

Hordes Dolle Mina’s

duim

 

Onze kinderen hebben vakantie, maar Ries en ik nog niet. Terwijl ons kroost uitslaapt, sluipen wij de deur uit naar ons werk. Ries staat onder de douche als ik mijn fiets buiten de poort zet, de poort op slot draai en de sleutel door de brievenbus naar binnen gooi. Er moeten al maanden een paar sleutels worden bijgemaakt, maar zaken waar geen keiharde deadline aan zit, stel ik nog wel eens uit. Met ons huis in diepe rust achter me, stap ik op de fiets. Maar die weigert dienst. De ketting blijkt eraf te liggen. Ik zucht eens diep en grabbel in mijn tas naar mijn mobiel om Richard te bellen. Die staat echter te douchen en neemt dus niet op. Ik overweeg om op de stoep te wachten tot hij naar buiten komt, maar dan manifesteert zich een hele horde Dolle Mina’s in mijn hoofd. Ze kijken me verontwaardigd aan en scanderen met gebalde vuistjes in de lucht: ‘Doe het zelf! Doe het zelf! Doe het zelf!’ Ik weet dat ze gelijk hebben, maar probeer de Mina’s het zwijgen op te leggen met als belangrijkste argument mijn witte broek. Tevergeefs. Ik moet toegeven. In mijn witte broek kniel ik naast mijn fiets. De band tussen mijn fiets en mij is innig, moet je weten. Bij gebrek aan een rijbewijs gaan mijn fiets en ik er samen dagelijks op uit. Er is in de loop van de jaren een afhankelijkheidsrelatie ontstaan. Zonder mij komt mijn fiets nergens. Zonder mijn fiets kom ik nergens. Ik zou mijn fiets graag een naam willen geven, maar omdat ik een volwassen vrouw ben, vind ik dat nét iets te ver gaan. Toch fluister ik bemoedigend tegen haar als ik de kettingkast open en zo haar ziel blootleg. Bij de eerste aanraking zijn mijn handen zwart en vet. Pas op mijn werk zal ik mijn handen kunnen wassen, dus ik accepteer het gelaten. Ik draai wat aan de trappers, klooi wat met de ketting en warempel! Na een minuut of twee zit de ketting op het tandwiel. Eigenlijk zonder al te veel moeite. Ik kan het bijna niet geloven, dus de eerste meters fiets ik heel voorzichtig, zonder te schakelen. Als de ketting er na honderd meter nog steeds op zit, geef ik gas. Ik word respectvol bejegend door iedereen die deze morgen mijn pad kruist. Tenminste, dat idee heb ik. ‘Ja mensen, mijn ketting lag eraf, maar ik heb ‘m er zelf even opgelegd. Normaalste zaak van de wereld.’ Ik probeer nonchalant te kijken, maar dat wordt bemoeilijkt door mijn van trots gloeiende hart. Ik vervolg mijn weg lichtvoetig. Of eigenlijk ‘lichtwielig’. Mijn fiets en ik, wij zweven. De dag is weer begonnen. Die van mij vandaag heel goed. Ondanks een heel valse start. Of misschien wel: dankzij…

‘It takes a village to raise a child’

villageHet schooljaar is afgerond. Onze kinderen hebben vakantie en genieten van hun welverdiende rust. Het is nog even wennen, dat niets-moeten. Wie zegt: ‘Mam, ik verveel me’, krijgt van mij direct een bezem of poetsdoek in de hand gedrukt. Het werkt.

Onze kinderen hebben alle vier hun eigen kwaliteiten. Ze zijn goed in taal, tekenen, voetballen en wiskunde. Ze zijn sociaal en soms een beetje eigenwijs. Die combinatie van kennis, houding en vaardigheden hebben ze nodig als ze later een baan zoeken. School en studie zijn belangrijk, maar kennis is geen garantie voor een gelukkig leven. Net zomin als geld of goed. Wat garandeert dan wél een gelukkig bestaan? Ik weet het wel.

Míjn grootste geluk is de wetenschap dat mijn leven in Gods hand ligt. Dat besef geeft rust. Het ontroert. Maar het lastige is: hoe breng ik die wetenschap over op mijn kinderen? Huiswerk kan ik ze opleggen, geloven in God niet. Ik denk dat we Bijbelse normen en waarden op onze kinderen overbrengen door ze voor te leven. Met vallen en opstaan. Onze kinderen hebben rolmodellen nodig. Vrouwen van stavast. Rechtvaardige mannen.

Of het wijs is om mijn kinderen met tegenzin mee te nemen naar de kerk, dat weet ik niet. Met die vraag worstel ik. Ik wil geen weerzin opwekken. Weet je wat? Ik vraag God gewoon opnieuw of Hij de namen van mijn kinderen in zijn handen wil graveren. Met onuitwisbaar schrift. Daar zijn ze veilig. Nu en later, hoe dan ook. Hij weet wat wijsheid is. En ik bid God om geluk voor mijn kinderen. In hun dagelijks leven, samen met Hem. Amen.

(verschenen op de website van de Bethelkerk, http://www.bethelkerk.nl/nieuws/column-door-lilian-steensma-5)

 

 

Jarig

koekbodem14 juli 2016

Ik ben dus jarig en wie jarig is trakteert. Voor dag en dauw snijd ik vers fruit om mee te nemen naar kantoor. Samen met banketbakkersroom en zandbodems wordt dat een heerlijke traktatie.
De zandbodems en het fruit leg ik behoedzaam in mijn fietsmand. Ik wil graag dat de boel heel aankomt op kantoor. Als ik nog even naar binnen loop om mijn tas te pakken, hoor ik een bons. Mijn fiets is omgevallen. Er zit een stuurslot op, maar ik dacht, wat kan zo’n beetje fruit nou helemaal wegen…? Genoeg om mijn fiets te doen kapseizen, blijkt. Het fruit ligt op de grond. Hygiënisch verpakt, maar door de klap beurs. De koekbodems liggen ernaast. Aan gort in hun doosje. Ik zucht eens diep, stapel alles weer netjes in mijn mand en vertrek naar kantoor. Mijn vestje nonchalant over het stuur van mijn fiets gedrapeerd.
Bij het stoplicht wil ik mijn vestje even aanschieten, want het is nog best fris. De witte veeg op mijn mouw zie ik aan voor slagroom en ik wil het er bijna aflikken. Gelukkig ontdek ik net op tijd dat het geen slagroom is, maar vogelpoep.
Ik grinnik. Vorig jaar begon mijn verjaardag met mijn voeten in een plasje ijswater. Een van de meiden had toen de stekker van de vriezer eruit getrokken om haar mobiel te kunnen opladen. Maar een valse start zegt blijkbaar niets, want het afgelopen jaar was weer een rijk gezegend jaar.
Wat vanmorgen alles goedmaakt, zijn de lieve berichtjes op mijn tijdlijn. Bedankt! Ik denk aan jullie als ik straks tijdens de koffiepauze een hap neem van mijn gebroken zandtaartje en gehavend fruit. Met slagroom heb ik in het verleden al grotere problemen opgelost. Werkt altijd.
Fijne dag!