Maandelijks archief: september 2016

Kwijt

food

Ik ben iets kwijtgeraakt. Het is foetsie. Normaal gesproken zou ik in mijn zoektocht het hele huis op z’n kop zetten. Dit keer niet. Ik vind het prima zo. Vijfentwintig kilo overgewicht. Spoorloos verdwenen. Een hoeraatje voor mezelf.

Of ik blij ben? Zeker! Trots? Absoluut! Bekijk ik mezelf graag in de spiegel? Ja, nou! Ik ben een tevreden mens. Dat was ik vijfentwintig kilo geleden ook, maar dit gewichtsverlies is een prachtige bonus die ik dankbaar aanvaard. Toch heeft dit hele proces ook een andere kant. Een minder vrolijke.

Het maakt me blij en gelukkig dat ik mijn eetgedrag momenteel in de hand heb. Ik eet gezond en gevarieerd en daar voel ik me goed bij. Ik ben mijn eetbuien de baas. Fijn! Wat me angstig maakt is de kans dat ik de controle weer verlies. Als ik voorheen afviel, kwam ik altijd weer aan. Wie zegt me dat het nu anders is? Wat doet mijn gewicht volgend jaar rond deze tijd? Wie heeft hier eigenlijk de touwtjes in handen?

Ik vind het verdrietig en beangstigend dat een mens, dat ík, zo in de ban van eten kan zijn. Verslaafd. Een groot woord, maar ik gebruik het hier zonder aarzeling. De ontelbare keren dat ik at, terwijl ik niet wilde. Dat ik mezelf geweld aandeed in een poging de onrust te dempen. Die geestelijke afhankelijkheid. Dat dagelijkse gevecht tegen mezelf. Walgend van mijn welvaart. Walgend van mezelf. Een eetverslaving is niet heel anders dan een alcohol- of drugsverslaving. Ik ken mijn zwakke plek. Een beetje overgewicht is niet erg. Big is beautiful. Maar als je eten als drugs gebruikt, dan bepaalt en vertroebelt het je hele wezen.

Ik ben mijn beschermlaag aan het verliezen en dat maakt me onzeker. Zonder die laag voel ik me kwetsbaar, klein en koud. Ik kruip graag heel dicht tegen Richard aan. Ik kom langzaam uit mezelf tevoorschijn en dat is spannend. De onrust en frustratie die ik niet langer met eten demp, komt bloot te liggen. De situatie dwingt me om met de gevolgen aan de slag gaan.

Toen ik begin twintig was, zocht ik hulp vanwege de chaos in mijn leven en mijn overgewicht dat daarvan een gevolg was. Ik liet me gelaten bestickeren en bestempelen met allerhande diagnoses. Zou mijn leven anders zijn gelopen als toen al was ontdekt dat de Ritalin die ik sinds kort slik mij zo zou baten?

Afijn. Ik ben vijfentwintig kilo kwijt. Dat geeft ruimte. En vrijheid. En veel om over na te denken.

Voor wie ook een stukje van zichzelf is kwijtgeraakt: ik wens dat je jezelf hervindt. Als ik je kan helpen zoeken…? Zeg het maar!

Liefs!

Meissie, meissie… Orde!

De vakantie is voorbij en het leven neemt weer een normaal ritme aan. Hoewel ik elk jaar uitkijk naar de eerste schooldag, doet de rommelige ochtendspits mij dit keer diep zuchten. ‘Nee schat, ik weet niet waar je gymbroek is. Kijk maar in de wasmand. Lieverd, je vlecht hangt in de pap. Oh, is je fietssleutel kwijt? Handig… Waar had je ‘m voor het laatst? Vergeet je geodriehoek niet. Wie moet er brood mee? Bah, schimmel in je schoolbeker. Geeft niet. Pak maar een flesje water uit de koelkast. En schiet nu op! Je komt te laat!’

Als kind was ik al een sloddervos. Mijn slaapkamer had tot terechte ergernis van mijn moeder nog het meeste weg van een zwijnenstal. ‘Meissie, meissie…’, zei mijn oma toen mijn gedrag tijdens de koffie eens ter sprake kwam, ‘God is een god van orde!’ Ze keek er streng bij. Dat kon ze wel. Of mijn oma die Bijbeltekst in de juiste context gebruikte, betwijfel ik, maar het maakte wel indruk. Dat mijn moeder moeite had met mijn troep, dat was tot daaraan toe, maar in de ogen van God wilde ik het toch wel graag goed doen.

‘Meissie, meissie… Orde!’ Mijn oma had natuurlijk gelijk. God is een god van orde. Een god van vrede. In extreme chaos komt een mens niet tot z’n recht. Maar tjonge, wat ben ik blij dat God ook juist in de wanorde dichtbij wil zijn. Wanorde in het groot en in het klein. Ver weg en heel dichtbij. Jezus was mens. Hij weet uit ervaring hoe onoverzichtelijk het leven kan zijn. Hij schept met liefde orde in onze chaos. En in die waardevolle wetenschap beginnen wij de dag, beginnen wij dit seizoen. Hij is erbij. Onze liefdevolle God van orde. Ga met Hem.

(Column september 2016 voor www.bethelkerk.nl)

Damoeweffekijke

damoeweffekijke

Ik red mezelf dagelijks uit ettelijke lastige situaties door een vraag van mijn kinderen te beantwoorden met ‘Damoeweffekijke.’

‘Mam, gaan we dit weekend nog wat leuks doen?’ ‘Damoeweffekijke.’

‘Mam, wat eten we vanavond?’ ‘Daweeknie. Damoeweffekijke.’

‘Mam, wanneer krijg ik nieuwe voetbalschoenen?’  ‘Gunst ja… Damoeweffekijke, schat.’

‘Damoeweffekijke’ is afgeleid van ‘Dat moeten we even bekijken’. Mijn kinderen weten dat het iets betekent als ‘Niet zeuren, geen idee’, maar als ik een vraag beantwoord met ‘Niet zeuren, geen idee’, dan krijg ik juíst gezeur. En gezeur, daar heb ik zelden zin in. Ik stuur mijn kinderen liever met een kluitje in het riet door te reageren met het nietszeggende ‘Damoeweffekijke’.  Ik neem mijn toevlucht tot ‘Damoeweffekijke’ als ik geen energie heb om me inhoudelijk te verdiepen in de kwestie die mij wordt voorgelegd. Soms plak ik er een langgerekt ‘nou’ voor en dan kijk ik er een beetje moeilijk bij. Zo dus: ‘Nouououou… damoeweffekijke’. Als ik dat doe, snappen mijn kinderen dat ik eigenlijk ‘nee/nooit’ bedoel. Natuurlijk schaam ik me voor mijn ontwijkingsgedrag. ‘Damoeweffekijke’ is de weg van de minste weerstand. Het is geen ‘ja’, maar ook geen ‘nee’. Heel onduidelijk en dus volgens pedagogen voor kinderen onveilig. Gelukkig is mijn kroost voor geen kleintje vervaard.

Maar ik beloof beterschap. Ik heb me voorgenomen om me de komende week hooguit één keer per dag te verschuilen achter ‘Damoeweffekijke’. Eens zien of dat lukt. Het wordt afkicken. Wens me sterkte.

Misofonie

smikkelen

Je zult het maar hebben. Net als ik. Een zeldzame vorm van misofonie. Je leert ermee leven hoor, maar vervelend is het wel.

Wie misofonie heeft, kan niet tegen eetgeluiden. Heel rot. Ik raak uiterst opgefokt als een van mijn kinderen naast mij op de bank chips gaat zitten eten. Vre-se-lijk. Ik verlaat er de bank voor.

Waar ik echter nóg chagrijniger van word, is het woord ‘smikkelen’. Het gebruik van het S-woord is in ons huis verboden. De woede die ik voel als ik dat woord hoor, is met geen pen te beschrijven. Mijn bloeddruk gaat ervan omhoog en ik heb de neiging om degene die het woord gebruikt een mep te verkopen. Mijn kinderen weten dat natuurlijk, dus als ze me écht willen pakken, bijvoorbeeld omdat ze geen chips mogen omdat ik geen zin heb in het gekraak, dan roepen ze en paar keer achter elkaar: ‘Smikkelen! Smikkelen! Smikkelen!’ Inderdaad, heel gemeen.

Waar die aversie vandaan komt? Ik denk dat er een verband is met eetgeluiden. Het S-woord heeft in zich de klank van een eetgeluid. Het smakt een beetje. Zeg het maar eens een paar keer hardop. Dan hoor je het. Smerig, hè? Waar ik me ook aan irriteer: mensen die ‘#nomnom’ gebruiken om aan te geven dat ze iets lekker vinden. Ook weer een eetgeluid. ‘#Nomnom’ vind ik stom.

Afijn, ik worstel me met mijn aandoening dapper door het dagelijkse leven.

Het komt er natuurlijk gewoon op neer dat ik een aansteller ben. Eetgeluiden en woorden die als eetgeluiden klinken horen nu eenmaal bij het leven. Maar ‘ik heb misofonie’ vind ik erg interessant klinken. Het geeft mijn aanstellerij iets deftigs.  Als iets interessant klinkt, heeft het ineens bestaansrecht. ‘Ik heb een virusinfectie’, klinkt ernstiger dan ‘ik ben snipverkouden.’ ‘Myalgie’ klinkt serieuzer dan spierpijn, wat het in wezen is.

‘Niet piepen!’ zei mijn man toen ik in barensnood verkeerde tijdens de bevalling van onze oudste en ik allerlei niet te onderdrukken pijnkreten uitstootte. De verloskundige keek hem verbijsterd aan, maar ik moest lachen en dat lachen hielp tegen de pijn. Dat is onze humor. We zeggen het vaak tegen onze kinderen, tegen elkaar en tegen onszelf. ‘Niet piepen.’

Als mijn misofonie weer eens opspeelt en ik loop daarover te klagen, dan weet je wat je tegen me moet zeggen. ‘Liel, niet piepen. Trek een zak chips open en kraak er samen met je kinderen lekker op los. Dat wordt smikkelen!’ Maak je daarna snel uit de voeten, want je weet nu welk effect het S-woord op mij heeft…