Maandelijks archief: oktober 2016

Beste Dafne en Nicky,

 

Beste Dafne en Nicky,

Maandag was ik samen met mijn dochter bij Xenos op zoek naar een letterbak. Op de afdeling met kussentjes zagen we jullie lopen. Toen ik in het gezicht van Dafne keek, dacht ik in haar een moeder van school te herkennen. Of iemand die ik weleens tegenkom in de supermarkt. Ik zag wel een bekend gezicht, maar kon niet direct plaatsen bij wie dat gezicht hoorde. Je kent ’t wel.

Mijn dochter was een stuk alerter dan ik. Zij zag het meteen. Ze trok aan mijn mouw en fluisterde een beetje opgefokt: ‘Mam! Mam! Dat is Dafne Schippers!’ ‘Gunst…, inderdaad,’ dacht ik en zei: ‘Dan is die meneer die ernaast loopt Nicky Romero.’ Ik had laatst ergens gelezen dat jullie een relatie hebben. Leuk! Zomaar twee bekende Nederlanders in onze eigen Xenos. Wij vonden het wel spannend!

We hadden natuurlijk best een selfie willen maken met jullie. Maar dat deden we niet. Het zag het zo heerlijk normaal uit, een jong stel op de afdeling kussentjes en fotolijstjes van Xenos… Dat wilden wij niet verstoren. Hoe heerlijk is het om even in alle rust te kunnen winkelen, zonder om de haverklap met wildvreemden op de foto te moeten?

Toen we de winkel uitliepen, hadden we het er nog even over. Hoe mooi het is als je ergens zó goed in bent dat je er beroemd van wordt. En hoe oncomfortabel het moet zijn dat je daarna eigenlijk nooit meer lekker anoniem over straat kunt. Dat je haar altijd goed moet zitten en dat je nooit meer in je pyjamabroek croissantjes kunt gaat halen. Heftig!

Best handig dat jullie allebei begrijpen hoe het is om bekend te zijn. Ik denk zomaar dat het jullie samen wel lukt om alle roem en aandacht een beetje te relativeren. Hoe goed je ook bent in hardlopen of platen mixen, uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde. Licht, lucht en liefde. Huisje, boompje, beestje. En een paar gezellige kussentjes van Xenos.

Beste Dafne en Nicky, het ga jullie goed!

 

Je wordt gemist

hinke

Je bent jarig vandaag. En net als vorig jaar heb ik je vanmorgen een hartje geappt. Hoopvol staar ik naar het scherm van mijn telefoon. Ik hoop op twee blauwe vinkjes en ‘Hinke is aan het typen…’ Maar nee… Je bent niet online. Hoe zou je kunnen?
Het is alweer twee jaar geleden dat je overleed. Veel te snel en veel te vroeg. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om jouw nummer uit mijn telefoon te wissen en onze appgeschiedenis te verwijderen. Ik scroll zo graag nog even terug naar de jaren dat jij er nog was en we elkaar bijna dagelijks appten. Simpele berichtjes die vanaf oktober 2013 ineens heel ernstig werden. Van ‘Hé, heb jij een pak rijst te leen?’ en ‘zo ff een bakkie doen?’ naar ‘Hoe was het in het Antoni van Leeuwenhoek?’ en ‘Ik ben kapot, Liel…’
Nee, vandaag ben je niet online op je telefoon. Via onze appjes denk ik graag terug aan toen jij en nog gewoon was. Vandaag is jouw geboortedag. Daar verandert de dood niets aan. Ik vind het ontzettend onrechtvaardig dat jouw gezin verder moet zonder jou. De tijd heelt alle wonden? Ammehoela!
Lieve Hinke, je wordt gemist.

Herfst

Het is herfst. En niet alleen buiten stormt het. De laatste tijd hoorden verschillende (jonge) gemeenteleden dat ze ernstig ziek zijn. Een ruwe herfststorm is er niets bij. Laat die ‘grote zomer’ maar gauw komen…

Voor de nieuwsbrief van de Bethelkerk schreef ik deze column:

herfst

Het is herfst en terwijl ik dit stukje schrijf, komt de regen met bakken uit de lucht. Straks wil ik de deur uit om boodschappen te doen en het vooruitzicht dat ik kletsnat zal regenen, is niet aantrekkelijk. Toch geniet ik van het gekletter op het dak. De verwarming staat aan en naast mijn laptop staat een hete kop koffie te dampen.
Ik ben blij dat we in Nederland seizoenen kennen. Een duidelijk verschil tussen voorjaar en najaar. Voordat de bomen hun blad laten vallen om in winterslaap te gaan, kleuren de bladeren alle tinten geel en rood. Prachtig! Nog even laten de bomen zich in volle glorie zien.

Dat ook een mensenleven seizoenen kent, ervaren we in onze gemeente aan den lijve. Mensen worden ziek. Jonge mensen. Mensen die we liefhebben. Voor sommigen lijkt het najaar veel eerder in te vallen dan verwacht. De werkelijkheid kan zo hard aan ons trekken en duwen dat we dreigen te ontwortelen. Vanmorgen zong ineens de eerste regel van een lied door mijn hoofd. Ik heb het opgezocht en deel het hier met u. Het is het eerste couplet van gezang 288:

Eens komt de grote zomer waarin zich ’t hart verblijdt.
God zal op aarde komen met groene eeuwigheid.
De hemel en de aarde wordt stralende en puur.
God zal zich openbaren in heel zijn creatuur.

Daar geloven we vast in. Natuurlijk! Dat troost. Het klinkt misschien als toekomstmuziek, maar iets van die ‘grote zomer’ mogen we hier en nu al ervaren. Misschien als lentebriesje, in alle onzekerheid en kwetsbaarheid. We staan als broeders en zusters biddend om onze zieken en kwetsbaren heen. Samen houden we hoop en we bidden om genezing. Het is onmiskenbaar herfst. Daar veranderen we niets aan. Maar dat ‘de grote zomer’ eens komt, dat staat vast. Hoe dan ook. God zij met ons. In de lente, de zomer, de herfst én de winter.

http://www.bethelkerk.nl/nieuws/column-door-lilian-steensma-7

Loesje op de vlucht

loesje-foto

Bij het grootbrengen van ons viertal gebruik ik graag alledaagse gebeurtenissen om ze iets te leren over het grote mensenleven waar ze in volle vaart op afstevenen. Voorbeeld: Er gaat een huisdier dood. Een konijn. Heel verdrietig. Als ouder kan je dan zeggen: ‘Jôh, niet huilen. Die Flappie was sowieso een smerig stinkbeest. We kopen wel een nieuwe’, maar je voelt op je klompen aan dat dat niet handig is. Ooit komt het moment waarop jouw kind een geliefde verliest. Je kunt de droevige dood van het konijn dus beter aangrijpen om je kinderen alvast iets te leren over afscheid nemen, rouwen, verwerken en herinneren.  Oefening baart kunst. Ouders, benut zulke kansen!

Onze kinderen oefenden deze week ook op zo’n grote mensenprobleem in het klein. Op het stoepje voor ons huis speelde een poes met het leven van een piepklein muisje. Respectloos, bruut en sadistisch. Onze kinderen waren uiterst verontwaardigd en joegen de poes weg. Het muisje had de aanval overleefd. Gelukkig. Onze jongste pakte het bevende, ontredderde muisje op en onze kinderen bespraken wat er met het beestje moest gebeuren. Ze zouden de vluchteling herbergen in een van onze leegstaande hamsterkooitjes. De kooi werd voorzien van bed, bad en brood en de opgejaagde muis had er een onderkomen om bij te komen van haar traumatische ervaring. Toen de muis de naam ‘Loes’ kreeg, was ons asielzoekertje niet langer een vreemdeling. Dat maakte het debat dat over Loes’ status losbrak er niet makkelijker op. ‘Ze kan hier niet blijven. Ze is zo anders dan wij. Ze hoort ginds’, zei de een. ‘Ja, maar Loes kan niet terug naar waar ze vandaan komt, want daar is het onveilig!’ zei een ander. De gemoederen liepen hoog op. En ik keek toe, benieuwd hoe dit zou aflopen.

Loes zou de nacht bij ons doorbrengen. Daarover waren ze het eens. Haar nu de deur wijzen, was onmenselijk. Of Loes zich thuis voelde in ons kleine opvangcentrumpje? Ik betwijfel het. Als ze niet met geweld uit haar eigen omgeving was verjaagd, was ze veel liever gebleven waar ze hoorde. Maar dat was onmogelijk en Loesje accepteerde gelaten haar lot. Ze was doodmoe van het gevecht met de poes. Uitgeput door doodsangst.

De volgende middag na schooltijd was Loesje echter weer vol levenslust. Het bleek een bijzonder weerbaar beestje. Ze was bijgekomen en klaar om uitgezet te worden. Zonder pardon. Met respect. Zodra ze het haar zo vertrouwde gras onder de kleine pootjes voelde, nam Loesje de beentjes. Loesje is nu weer waar ze het liefst is en dat gunnen we haar van harte.

Ik hoop dat mijn kinderen iets hebben geleerd van Loesje: Wie moet vluchten voor bruut geweld, heeft hulp nodig. Wie in gevaar is, moet beschermd worden. Goed luisteren naar de hulpvraag van anderen, zonder aannames te doen, kost moeite. Als er iemand een beroep doet op mijn kinderen, nu of later, dan hoop ik dat ze hun hoofd gebruiken en naar hun hart luisteren. En ik hoop dat ze iedereen die op hun pad komt, met respect behandelen.

Loesje, als je weer eens vluchten moet, dan weet je waar je schuilen mag.

Pas op voor de poes. Het ga je goed, kleintje.