Maandelijks archief: maart 2017

Nieuws

Het was een goeie week. Volgde ik vorig weekend nog met argusogen het nieuws, vandaag haal ik opgelucht adem.  Ik had er echt last van, die diplomatieke rel met Erdogan. En de week was wat mij betreft al spannend genoeg vanwege de verkiezingen. Stel dat Nederland massaal PVV zou stemmen? Wat zou dat voor gevolgen hebben? Ik sliep er onrustig van. Het zorgde bij mij voor een nare kriebel in mijn onderbuik die omhoog kroop en als een brok in mijn keel bleef steken. Het maakte me bang. Onterecht misschien, maar mijn gevoelens laten zich niet altijd sturen door mijn gezonde verstand. Het was alweer een poosje geleden dat ik me op deze schaal zorgen maakte over iets waar ik weinig invloed op had.

Samen met mijn kinderen keek ik het Jeugdjournaal. Ik zocht antwoorden op vragen als ‘Mama, krijgen we oorlog met Turkije?’ en ‘Als Geert Wilders de baas wordt van Nederland, moeten dan alle Marokkanen het land uit?’ Uiterst onpedagogisch wuifde ik hun angst weg. Waarschijnlijk om mezelf moed in te praten. ‘Nee jôh! Doe niet zo gek. Het komt best goed. Lekker slapen!’

En nu is het zaterdag 18 maart 2017. Ik durf me weer te verdiepen in het nieuws. Ik lees dat we misschien alsnog ‘sorry’ moeten zeggen tegen Turkije, omdat we de rechten van twee onschendbare diplomaten hebben geschonden. Wat moet, dat moet. Toch lijkt het ergste onheil afgewend. Zo makkelijk als ik me door de situatie liet beangstigen, zo makkelijk werd ik trouwens bemoedigd door de steun aan Nederland uit andere Europese landen. Ik voelde me een Duister, een Deen, een Pool.

Of de rel met Turkije invloed had op het stemgedrag van Nederland? Geen idee. Ik ben blij met de uitkomst. Volgens de kranten kozen we ‘tegen extremisme en vóór Europa’.  Zoals veel Amerikanen zich na hun verkiezingsuitslag schaamden, zo voel ik me nu trots en dankbaar. Wat de toekomst brengt, weet niemand, maar dat ik lekkerder slaap dan vorige week, is een feit.

Ik sluit af met de woorden die onze koning aan het einde van zijn troonrede tegen onze volksvertegenwoordiging sprak: ‘U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.’

Ik zeg: Amen.

foto: Pixabay.com

Goudvisgevaar

Ik vind het stom. Echt heel stom. En ik vind het sneu. Sneu voor Hans en alle anderen die genoten van de vissen in de Brouwersgracht. Een deel van de 280 gedoogvissen die Hans vorig jaar in onze gracht uitzette, moet weg. En wel snel, want binnenkort gaan die vissen zich voortplanten en als er goudviseitjes via het Omleidingskanaal in de Grift terecht komen, bestaat de kans op kruising met de inheemse kroeskarper. En dat is niet de bedoeling.

Ik begrijp het heus wel. Wie weet wat voor monsterlijke hybrides er ontstaan als we goudvissen gaan kruisen met kroeskarpers. Laten we de vispopulatie in Nederland proberen zuiver te houden. Een goudvis hoort niet in de Nederlandse natuur. Net als de exotische tijgermug. Toen de tijgermug in Veenendaal in het wild werd ontdekt, snapten we ook dat dat niet de bedoeling was. Hoewel een goudvis mij beduidend minder bedreigend lijkt dan een tijgermug, maar dat terzijde. Ander voorbeeld: Laatst zag ik op het Jeugdjournaal een item over een exotische waterplant waar veel Nederlandse sloten mee dichtgroeien. Deze wild woekerende ‘waternavel’ zorgt voor veel overlast. Ook niet de bedoeling.

Maar goed, dat ik de argumenten van de stichting Platform Stop Invasieve Exoten begrijp, wil nog niet zeggen dat ik het niet stom vind. Heel stom. En sneu. Voor Hans. En voor alle kinderen die een uurtje spelen op ons leuke stadsstrand graag combineren met een bezoekje aan de visjes van de Brouwersgracht.

Er zwemmen zowel goudvissen als goudwindes in onze gracht. De windes mogen blijven, maar de goudvissen moeten worden gevangen. Dat wordt nog een hele uitdaging, maar gelukkig hebben we tot 8 april de tijd. Ik zeg ‘we’, want als het nodig is, gaan we natuurlijk helpen.

Hans, als je me nodig hebt. Je weet me te vinden! Ik duik alvast de schuur in voor m’n schepnet en lieslaarzen. Zet jij de Oranjebitter klaar? Tot gauw!

 

foto: Pixabay.com

Veenendaal

gemeente veenendaal

Op weg naar mijn werk stop ik even in het dorp voor een boodschap. Als ik klaar ben, haast ik me over de markt terug naar mijn fiets. Ik passeer drie dames die duidelijk wat van mij willen. Naast de dames staat een camera opgesteld. Mijn ‘geen vragen, ik heb haast’- blik wordt door de dames vakkundig genegeerd. ‘Mevrouw, mogen wij u wat vragen?’ Ik kijk heel moeilijk: ‘Nou…, ik moet naar mijn werk en ik ben al laat.’ ‘Mevrouw, het duurt maar vijf minuutjes.’ Vooruit. Even snel dan.

Of ik voor de camera wil plaatsnemen, want mijn antwoorden worden op beeld vastgelegd. ‘Uitsluitend voor interne doeleinden, hoor,’ stellen ze me gerust. Ik zucht. Zet een draaiende camera op m’n snufferd en ik ga hakkelen en stuntelen. Afijn, ik heb ‘a’ gezegd. Nu zeg ik dus ook ‘b’. Ik ben inmiddels wel benieuwd naar de vraag van de dames. ‘Zit mijn haar goed?’ vraag ik.

‘Ja, uw haar zit prima,’ verzekeren ze me. ‘Mevrouw, wat vindt u eigenlijk van de uitvoering van het beleid in de gemeente Veenendaal?’ Omdat de camera draait en ik niet dom wil lijken, gun in mezelf niet veel bedenktijd. Niet handig natuurlijk, want ‘het beleid’ is nogal veelomvattend. Daar zeg je niet één, twee, drie iets zinnigs over. ‘Ik vertrouw erop dat het beleid in Veenendaal juist wordt uitgevoerd,’ zeg ik. Ik kijk een beetje ongemakkelijk in de lens.

Dan denk ik ineens aan een vriendin van mij. Zij beleefde vorig jaar een paar spannende weken toen het persoonsgebonden budget van haar broer met Down syndroom zomaar ineens enorm werd verlaagd. Heel frustrerend. De WMO is natuurlijk óók beleid dat door de gemeente wordt uitgevoerd, direct of indirect. Ik kijk ernstig in de camera terwijl ik de situatie schets. ‘Maar toen mijn vriendin bij de gemeente aanklopte, werd er gelukkig adequaat gereageerd,’ besluit ik.

De dames en ik babbelen nog wat over dingen als communicatie en huisstijl en na het interviewtje loop ik vrolijk naar mijn fiets. Ik praat graag over Veenendaal. Ik woon er met veel plezier. Ik hoop dat de dames heel veel verschillende reacties op hun vraag hebben kunnen vastleggen. Positief en negatief. Hun onderzoek levert ongetwijfeld verbeterpunten op, waar onze gemeente vervolgens hard mee aan het werk gaat. Ik ben benieuwd. Komt goed. Zoals ik al zei: Ik heb álle vertrouwen in Veenendaal.

De dood dichtbij

Veenendaal stond begin februari te schudden op haar grondvesten. En ik deinde zachtjes mee. In een paar weken tijd verloren we drie jonge dorpsgenoten aan een veel te vroege dood. Iedereen die ik spreek had wel een connectie met een van hen. We kenden dat meisje van school. We kenden die jongens van voetbal of van vroeger. En nu zijn ze er niet meer. Ze ontvielen ons stuk voor stuk en we zoeken naar woorden om ons gevoel te beschrijven.

Het overlijden van een leeftijdgenoot komt soms harder aan dan het sterven van een oude oma. Misschien zeg ik het verkeerd: niet harder, maar wel op een heel ander niveau. De dood kwam begin februari heel dichtbij.

Hoofdschuddend lees ik de rouwadvertenties waar zoveel liefde uit spreekt. Ik kan me onmogelijk voorstellen wat de dood van deze jonge Veenendalers teweegbrengt bij familie en vrienden. Hoeveel pijn het doet. En hoe hard het is dat het leven gewoon doorgaat. Dat de klok door tikt, terwijl de tijd stil staat. De verslagenheid moet enorm zijn. Er zijn gaten geslagen in vriendenclubs en voetbalteams. Families zijn geamputeerd. Als ik bedenk hoe het moet zijn om een kind te begraven, kruipen de rillingen over mijn rug. Hoe anders waren de verwachtingen…?

Met hun veel te vroege afscheid leren deze drie dorpsgenoten ons een belangrijke les: Het leven hier op aarde houdt eens op. Voor de een eerder dan voor de ander. We worden niet allemaal 80 of 100. Laten we liefhebben en bewust leven. Keuzes maken en genieten van wat goed is. Die wijsheid is hun nalatenschap die ik in stilte aanneem.

Ieder gaat in verdriet zijn eigen weg, maar ik hoop dat hun families en vrienden zich gesteund weten door hun omgeving. Hun dorpsgenoten. Laat onze gemeenschap daar groots in zijn: troosten.

 

Als column verschenen in De Rijnpost van 1 maart 2017