De dood dichtbij

Veenendaal stond begin februari te schudden op haar grondvesten. En ik deinde zachtjes mee. In een paar weken tijd verloren we drie jonge dorpsgenoten aan een veel te vroege dood. Iedereen die ik spreek had wel een connectie met een van hen. We kenden dat meisje van school. We kenden die jongens van voetbal of van vroeger. En nu zijn ze er niet meer. Ze ontvielen ons stuk voor stuk en we zoeken naar woorden om ons gevoel te beschrijven.

Het overlijden van een leeftijdgenoot komt soms harder aan dan het sterven van een oude oma. Misschien zeg ik het verkeerd: niet harder, maar wel op een heel ander niveau. De dood kwam begin februari heel dichtbij.

Hoofdschuddend lees ik de rouwadvertenties waar zoveel liefde uit spreekt. Ik kan me onmogelijk voorstellen wat de dood van deze jonge Veenendalers teweegbrengt bij familie en vrienden. Hoeveel pijn het doet. En hoe hard het is dat het leven gewoon doorgaat. Dat de klok door tikt, terwijl de tijd stil staat. De verslagenheid moet enorm zijn. Er zijn gaten geslagen in vriendenclubs en voetbalteams. Families zijn geamputeerd. Als ik bedenk hoe het moet zijn om een kind te begraven, kruipen de rillingen over mijn rug. Hoe anders waren de verwachtingen…?

Met hun veel te vroege afscheid leren deze drie dorpsgenoten ons een belangrijke les: Het leven hier op aarde houdt eens op. Voor de een eerder dan voor de ander. We worden niet allemaal 80 of 100. Laten we liefhebben en bewust leven. Keuzes maken en genieten van wat goed is. Die wijsheid is hun nalatenschap die ik in stilte aanneem.

Ieder gaat in verdriet zijn eigen weg, maar ik hoop dat hun families en vrienden zich gesteund weten door hun omgeving. Hun dorpsgenoten. Laat onze gemeenschap daar groots in zijn: troosten.

 

Als column verschenen in De Rijnpost van 1 maart 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *