De BADKAMER, Liel…!

‘De badkamer moet weer een keer worden schoongemaakt’, constateren mijn man en kinderen als we zondagavond samen aan de koffie zitten. ‘Oh ja…?’, reageer ik oprecht verbaasd. ‘Ja!’, roepen ze in koor.

In mijn hoofd begeef ik me naar de badkamer. Ik zie een wasbak, een bad, een douche en een wc. Ik moet me even goed concentreren op de vraag of het er ook vies is. Maar inderdaad. Ze hebben gelijk.

‘Gunst, ja… De badkamer kan wel een flinke beurt gebruiken,’ zeg ik. Ik kijk hoopvol de kring rond, benieuwd wie zich zal opwerpen voor deze klus. Maar ja, de kinderen moeten morgen naar school en Ries naar z’n werk. Eigenlijk heb ík maandag de hele dag aan mezelf. Dusss…

Als iedereen vanochtend de deur uit is, lukt het me om de klus nog een half uur voor me uit te schuiven. Ik lijd niet alleen aan een zeldzame vorm van vuilblindheid, maar ook aan procrastinatie. Een lastige combinatie. Maar het moet er nu toch van komen.

Om chloorvlekken in mijn kleren te voorkomen, ga ik de badkamer in mijn ondergoed te lijf. Dat klinkt spannender dan het eruit ziet. Mijn wangen lopen rood aan van inspanning en mijn haar plakt in slierten langs mijn gezicht. Zweetdruppeltjes zoeken via mijn rug een weg naar mijn bilnaad.

Onverschrokken ga ik zo de strijd aan met klodders tandpasta en ondefinieerbare vlekken waarvan ik vermoed dat het restjes roze haarverf zijn. Ik boen me een ongeluk op de douchedeur, waar we vanwege kalkaanslag al weken niet meer doorheen konden kijken. Het gevecht dat ik met de wc pot aanga, is intens en heftig. Ik moet me kranig weren.

Net op tijd realiseer ik me dat het niet hygiënisch is om met het doekje waarmee ik zojuist de wc heb gepoetst, nu het bekertje van de tandenborstels schoon te maken. Punt voor mij.

Tegen een zilvervisje dat ik achter de wc pot ontdek, fluister ik: ‘Wegwezen kleintje! Anders verdwijn je in mijn poetsdoek.’ Maar het beestje kan zich net niet snel genoeg uit de voetjes maken en sterft ter plekke. Tragisch.

Ik  poets en boen dat het een lieve lust is. Telkens als ik een onderdeel schoon heb, zie ik weer iets anders waar hoognodig een poetsdoek overheen moet. Ik krijg er bijna lol in. Vaalgrijs wordt weer kraakhelder wit. Prachtig.

Als ik in die flow op een gegeven moment de badkamer heb verlaten en op de overloop aan het poetsen sla, roep ik mezelf een halt toe. Stop, Liel! Je zou de BADKAMER doen. Focus! Hup. Terug naar de badkamer. De rest komt een andere keer.

Op weg naar de stofzuiger passeer ik mijn telefoon, die garant staat voor instant afleiding en vermaak. Eventjes geef ik me eraan over, maar na een minuutje Facebooken in m’n ondergoed, stinkend naar chloor, herpak ik mezelf. De BADKAMER, Liel. Terug naar de badkamer…

Met een hele vuilniszak vol lege shampooflessen, wc-rolletjes, botte scheermesjes en halflege tubes tandpasta trek ik na een uur uiterst tevreden de badkamerdeur achter me dicht.

Als ik fris gedoucht een welverdiende bak koffie voor mezelf inschenk, gaat de telefoon: ‘Hoi! Ben je druk?’ ‘Neuh… Ik heb net even de badkamer gedaan,’ zeg ik nonchalant. ‘Niks bijzonders,’ jok ik erachteraan. Ik ben blij dat mijn zelfvoldane blik niet door de telefoon te zien is. Vanbinnen juich ik. ‘Ik heb de BADKAMER gedaan, mensen!’ Het is er weer schoon en fris en als er vanmiddag een vriendje of vriendinnetje is dat er even een plasje wil doen, hoef ik me niet te schamen. Hoera!

Mijn week is weer begonnen. Als Ries vanavond staat te douchen, kan ik door de ontkalkte douchedeur naar hem zwaaien terwijl ik mijn tanden poets. Ik verheug me er nu al op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *