Oranje leeuwinnen

Onze jongste dochter is dol op voetbal. Ze is van nature soms een beetje onzeker en wiebelig, maar met een bal aan haar voeten komt ze volledig tot haar recht. Ze heeft een gewaardeerde positie in haar DOVO meidenvoetbalteam.

Toen haar trainer voorstelde om met het team naar een wedstrijd van ‘onze’ oranje leeuwinnen te gaan, was onze dochter direct enthousiast. Een wedstrijd van het Nederlands dameselftal tegen Noorwegen in het stadion van FC Utrecht… Geweldig! We bestelden kaarten en sindsdien telt ze af.

Gisteren hoorde ik dat IS heeft opgeroepen om een aanslag te plegen tijdens het EK vrouwenvoetbal. En dan specifiek tijdens de wedstrijd tussen Schotland en Engeland die op 19 juli wordt gespeeld. Ik schrok natuurlijk. Wij gaan de 16e en niet de 19e, maar sinds gisteren is elk bezoekje aan Galgenwaard een beetje beladen.

Ik probeerde mijn dochter gisteren weg te houden van het nieuws. Dat lukte tot gisteravond. Op tv hoorde ze Dick Schoof, onze nationaal coördinator terrorismebestrijding en veiligheid, vertellen dat we de dreiging serieus moeten nemen. Nederland is een keer aan de beurt. Helemaal nu er waarschijnlijk een aantal Hollandse IS strijders gefrustreerd terugkeert naar Nederland.

Gisteravond laat stopte ik mijn dochter in. Toen ik haar kuste, proefde ik op haar wang een traan. ‘Mam, ik ga niet naar die wedstrijd als die lui van IS ook komen, hoor.’ Ik heb haar heel stevig tegen me aangetrokken, zodat ze niet zag dat ook ík mijn tranen moest verbijten. Tranen van woede. Ik vloekte van binnen.

En nu…? Neem ik een onaanvaardbaar risico als ik zondag met mijn dochter plaatsneem in de plastic stoeltjes van FC Utrecht? Ga ik me laten leiden door angst? Of liever door vertrouwen? Wie wint er als we Galgenwaard gaan mijden omdat we bang zijn?

Ik weet het niet. Als ik erop vertrouw dat het zo’n vaart niet zal lopen, dan heeft dat invloed op mijn dochter. Ben ik angstig, dan wordt zij dat ook. Zeker weten. Ze vaart blind op haar ouders. Prachtig dat het zo werkt, maar ook eng.

Op die manier waren er ook Syrische vaders en moeders die hun kinderen bemoedigend toespraken toen ze met z’n allen in een rubberboot stapten om extreem geweld te ontvluchten. ‘Kom op, Aylan. Niet zo treuzelen. Aan de andere kant van het water is het beter. Echt. Vertrouw maar op papa…’ En op ieders netvlies staat nog steeds het beeld van het aangespoelde, levenloze lijfje van Aylan.

Mijn dochter leeft. Godzijdank. Ze leeft en ze kijkt al weken uit naar de wedstrijd tussen Nederland en Noorwegen. Mijn gevoel zegt: we gaan. Leven is nu eenmaal dodelijk. Sowieso. De kans dat mijn kinderen in het verkeer iets overkomt, is vele malen groter dan de kans dat ze bij een aanslag omkomen. Als ik thuis van de trap val, kan ik ook m’n nek breken.

Het ziet er dus naar uit dat wij zondag gewoon naar Galgenwaard gaan. Dat de voorpret een beetje is vergald, accepteren we als teken van de tijd. De dreiging is serieus, maar als we om die dreiging allemaal binnen blijven zitten, dan wint de angst van de hoop. En dat, lieve mensen, laten we niet gebeuren.

Zondagavond vertel ik jullie graag hoe de wedstrijd was.

Tot dan! x

 

foto: ANP

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *