Hyena’s

Ik ben op de fiets onderweg van m’n werk naar huis. Ik ga als de brandweer, want ik ben pissig. Dan ga ik altijd heel hard fietsen. Tijdens mijn lunchpauze las ik het bericht over de negen Veense jongens die vorig jaar twee broers uit Lunteren genadeloos in elkaar sloegen. De slachtoffers hebben er nog veel last van. Lichamelijk letsel geneest blijkbaar sneller dan schade die je oploopt aan je ziel. Het houdt me behoorlijk bezig.

Ik verplaats me in de moeder van de slachtoffers die in de krant leest dat het groepje Veenendaalers als hyena’s om haar jongens cirkelden. Ik verplaats me ook in de moeders van de daders. Vrouwen die vandaag of morgen naar Albert Heijn moeten voor hun boodschappen en die nu vrezen te worden herkend als ‘de moeder van …’. Moeders die zich de afgelopen weken koortsachtig afvroegen waar het toch mis ging. En ik voel oprecht met ze mee.

Stel dat mijn zoon een slachtoffer was…? Stel dat mijn zoon een dader was…?

‘Wat verandert een jongen van rond de twintig in een roofdier?’, vraag ik me af. Is dit soort agressie in ieder mens in potentie aanwezig? Ook in mij? Agressie die vanzelf ongecontroleerd naar buiten komt als de situatie daarvoor ideaal is?

De vragen tuimelen door mijn hoofd. Het kost me moeite om me te concentreren op het fietspad dat ik met velen deel. Voor mij slingeren drie meiden. Ik schat ze een jaar of zestien. Ze giechelen en delen samen een zakje chips.

Als het zakje leeg is, laat een van de meiden het zakje op de grond vallen. Vrij bewust, zo lijkt. Heel jammer voor dit meisje dat ik al een beetje pissig was. Haar gedrag maakt me nog bozer, omdat mijn brein een link legt tussen het zomaar van je af flikkeren van een leeg chips zakje en de hyena’s. Vandaag geen respect voor de natuur, morgen geen respect voor je medemens. Misschien overdrijf ik, maar als ik boos ben, ben ik niet helemaal voor rede vatbaar.

De meisjes moeten stoppen voor het stoplicht. Ik raap het zakje op en spreek de meisjes aan: ‘Hoi. Jullie zijn net je zakje verloren. Alsjeblieft.’ Ik voel me echt een zeikwijf. Een regelrechte bitch. En dat is waarschijnlijk precies wat die meisjes op dat moment over mij denken. Het kan me niet schelen. ‘Oh, sorry!’ jokken ze in koor.

Gelukkig geven ze geen grote bek, want wat er dán was gebeurd… Grrr… Blijf maar een beetje uit m’n buurt.

Agressie.

Yep. Het zit ook in mij.

Wat er bij mij voor nodig is om de stoppen door te laten slaan…? Volledig…? Nee, niet een chipszakje dat op de grond wordt gegooid. Wat dan wel? Ik hoop er nooit achter te komen.

 

3 gedachten over “Hyena’s

  1. Wat mooi om te lezen dat er meer mensen zijn die zich in elke rol willen plaatsen. Niet alleen kijken naar de 1 maar ook naar de ander. Hoe mooi zou de wereld zijn als ieder mens dat zo u kunnen. Ik probeer ook altijd alles van twee kanten te bekijken zonder oordeel of mening. Transparant zijn. Dat vinden andere mensen wel eens moeilijk. Maar ik voel me daar goed bij. Ieder mens heeft een verleden en dat nemen we iedere dag met ons mee op welke manier dan ook.

    1. Bedankt voor je reactie, Joanna.
      Ik wil mezelf aanleren te kijken naar de een, de ander én mezelf. Alleen mezelf kan ik veranderen.
      Oefening baart kunst! ☺

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *