Maandelijks archief: november 2017

Lyrisch

Soms vind ik het lastig dat ik geen rijbewijs heb. Autorijden is een vaardigheid die ik maar moeilijk ontwikkel. Helaas. Voordeel van leven zonder rijbewijs, is dat ik veel fiets. Op de fiets ga je langzamer dan in de auto en daardoor zie je veel meer. Zo ook vanmorgen.

Het eerste verkeerslicht dat ik op weg naar kantoor tegenkom, staat op rood. Ik wacht en kijk rond. Op een hoogspanningskabel zit een vogel, haar gitzwarte kostuum glanzend in het morgenlicht. Ze zit daar hoogverheven boven de ochtendspits, majestueus haast. Ik verdenk de vogel van een ietwat meewarige blik in de kleine kraaloogjes: ‘Domme mensen, maak je toch niet zo druk. Doe als ik. Spreid je vleugels en geniet!’

Als het verkeerslicht op groen springt, vervolg ik mijn weg. De bomen langs mijn route laten zich nog even in alle pracht zien voordat ze hun blad loslaten. Het doodgewone leven speelt zich vanmorgen af tegen een felgeel en knaloranje decor. Natuurlijke schoonheid in haar puurste vorm.

Van het centrum naar het Benedeneind fiets ik langs de Grift . De lucht die boven het wateroppervlak hangt, is net iets kouder dan het water zelf. Er zweeft daardoor een sprookjesachtige mist boven de Grift. Vanuit die mist verschijnt plots een handvol kwetterende watervogeltjes ten tonele. ’t Is een onbetaalbaar schouwspel. Helemaal gratis.

Als ik afstap omdat ik mijn reisdoel heb bereikt, komt de ontknoping van deze vroege voorstelling. De zon die op het punt staat op te komen, kleurt de hemel alle mogelijke tinten roze. Aan de horizon verschijnt ineens de goudgele gloed van de rijzende zon. Adembenemend. Veenendaal is weer wakker. Ik nog niet. Ik droom met de warmte van de zon op mijn koude wangen.

Eigenlijk wil ik buiten blijven. Eigenlijk wil ik als een vogel neerstrijken op een hoogspanningskabel om de wereld een beetje te beschouwen. Maar dat gaat niet. De plicht roept en ik ben niet doof.  Gelukkig staat mijn bureau naast het raam.

Het is maar goed dat ik geen rijbewijs heb. Autorijden vraagt een andere alertheid dan rijden op een fiets. Vandaag ben ik te lyrisch om alert te zijn. Dat heb je soms. Het zij zo. Ik prijs me er maar gelukkig mee…

Pniëlkerk

Ik las in de krant dat de gemeente wil investeren in de oude Pniëlkerk. Vrolijk nieuws. Als je op het Kees Stipplein een pirouetje draait, zie je in het ronddraaien heel veel moois: het topje van de Hollandia-schoorsteen achter de Cultuurfbriek, de herstelde Brouwersgracht, ons vrolijke stadsstrand en in de verte een kudde schaapjes onder de Bernard van Kreelpoort. Binnenkort zie je ook de opgeknapte Pniëlkerk met indrukwekkende glazen pui. Hoop ik.

Ik koester warme herinneringen aan de Pniëlkerk. Als kind vierde ik er elk jaar kerstfeest met de zondagsschool. We zongen kerstliedjes. ‘Luid klokje klingeling’ denk ik. En ongetwijfeld ‘Er is een kindeke…’.

Nadat een juf het kerstevangelie had verteld, betrad ome Rik het podium. Rik Valkenburg: schrijver, zondagsschoolhoofd en geweldig verhalenverteller. Ik zie hem nog staan. Twee vingers in het zakje van het vest dat hij onder zijn jasje droeg. Als hij vertelde, viel de hele kerk stil. Zijn verhalen waren spannend en altijd te kort.

Als het naar een ontknoping ging, begon de organist heel zachtjes door het verhaal van ome Rik heen te spelen. Geen idee hoe verteller en organist daarin zo perfect samenspeelden. Het voelde heel natuurlijk. De ontlading benam me haast de adem. Onder de mouwen van mijn nieuwe kerstjurk stond het kippenvel dik op mijn armen. Je hoorde de hele kerk, vaders en moeders inbegrepen, zacht snikken.

Het is lang geleden dat er in de oude Pniëlkerk muziek klonk en verhalen werden gedeeld. De tijd stond niet stil. Ik ben geen klein meisje meer en de kerk is minder imposant dan toen.

Wat zou het mooi zijn als de Pniëlkerk opnieuw een plek wordt waar mensen worden geraakt. Een plek van kippenvel en écht contact. Waar muziek klinkt en verhalen worden verteld. Een plek waar liefde woont. Liefde voor elkaar en voor het verleden. Liefde voor kunst en cultuur. Liefde voor eerlijke producten. Ik noem maar wat.

Laten we één ding afspreken: Er komt géén Primark of ander commercieel keten in de oude Pniël. Dat zou heiligschennis zijn, vind ik. Wat dan wel? Concreet? Geen idee. Ik laat me graag verrassen.

Yep. They know it’s Christmas time

Ik was eind van de middag even in de supermarkt. Er moest eten op tafel komen en ik had nog niks in huis. Dat kan gebeuren. Mij gebeurt het vaak.

Toen ik met een pot doperwten in mijn tas weer richting de fiets liep, hoorde ik muziek. ‘Feed the wooohoorld! Let them know it’s Christmas tiiihiiime!’ klonk het uit de speakers. Mijn eerste gedachte was: ‘Nu al?’, maar het is natuurlijk alweer begin november. Het is er hoog tijd voor.

Goed. ‘Feed the world’ dus. ‘Do they know it’s Christmas time’ van Band Aid. Dat nummer doet iets met me. Altijd.

Vroeger blèrde ik het vol verontwaardiging en een opspelend rechtvaardigheidsgevoel keihard mee. Tegenwoordig niet meer. Want eigenlijk is het een heel raar lied, vol vreemde stereotyperingen.

‘There won’t be snow in Africa this Christmas time’ Klopt. Met kerst valt er geen sneeuw in Afrika. Maar dat komt omdat in het grootste deel van Afrika kerst in de zomer valt. En in de zomer is er ook geen sneeuw in Nederland. Wij zien Afrika als het continent van woestijnen en verzengende hitte, maar dat beeld klopt niet helemaal. Er zijn landen in Afrika waar het op z’n tijd wel degelijk sneeuwt.

‘Do they know it’s christmas time?’ Waarschijnlijk weten ze dat wel, ja. Afrikanen zijn niet achterlijk of wereldvreemd. Een groot aantal Afrikanen is christen, dus ga er maar vanuit dat ze weten wanneer het kerst is.

‘The greatest gift they get this year is life.’ Moet je Afrikaan zijn om het leven als grootste cadeau te zien dit jaar? Geldt dat niet voor ieder mens, rijk of minder rijk gezegend? ’t Is niet zo dat elke gemiddelde Afrikaan dagelijks de dood in de ogen kijkt.

Wij denken nogal betuttelend over Afrika. Alsof Afrika gered moet worden. Door ons blanken. Alsof onze rijkdom onze eigen verdienste is, in plaats van puur geluk. Veel blanken lijden aan een ‘White Savior Complex’. Een stoornis waarbij de blanke denkt dat hij superieur is ten opzichte van zijn andersgekleurde medemens. Dat is neerbuigend, bevooroordeeld en beledigend.

En dan het klapstuk. ‘Well, tonight thank God it’s them, instead of you!’ Pardon…? Serieus…? En dat uit de mond van Bono? ‘Here, dank U voor ons dagelijks brood. En dank U dat zij vandaag sterven van de honger en ikke niet. Amen.’ Dat stukje is zó zeldzaam belachelijk… God ziet me aankomen, zeg…

‘Pray for the other ones’ Wie zijn ‘the other ones’? Het klinkt niet echt als naaste. Het heeft iets van een wijzend vingertje.

‘Where nothing ever grows, no rain nor rivers flow.’ Klopt niet helemaal. Er groeit van alles en nog wat in Afrika. Niet altijd, maar vaak wel. En het regent er ook regelmatig. Pak er een wereldkaart bij en je kunt de rivieren in Afrika aanwijzen.

Het lied gaat aan alle kanten voorbij aan de oorzaak van de hongersnood in Ethiopië in 1984. Er was niet alleen honger door droogte, maar ook door de regering die bepaalde etnische groepen bewust uithongerde. Van geld dat vanuit het westen naar Ethiopië werd gestuurd om de honger te bestrijden, werden wapens gekocht. Dramatisch.

Ik bedenk al deze kritiek niet zelf, hoor. Google op ‘Band Aid criticism’ en je vindt nog veel meer onderbouwd commentaar. Bob Geldof wordt er inmiddels een beetje moe van. Snap ik wel. Ik trek zijn goeie intenties niet in twijfel.

Maar hoe goedbedoeld het lied ook was, ik kan het niet meer mee blèren. Jammer, want dat gevoel van verontwaardiging en strijdlust dat ik er als puber bij voelde, was best lekker.

Kans bestaat dat ik dit nummer nu ook voor jou heb verpest.

In dat geval: Sorry. Zing maar een ander kerstliedje. ‘All I want of Christmaaaas is youhououou’ bijvoorbeeld. Of ‘Driving home for Christmas.’ Minder diepgang, maar dan loop je ook niet het risico om hele domme dingen te zingen. De diepgang bewaren we wel voor na december. Lijkt me goed.

‘Nou zeg… Ben je nu klaar, Lilian?’ hoor ik je denken. Ja. Ik ben klaar. Mijn volgende stukje wordt weer grappig in plaats van boos. Beloofd. Voor alles is een tijd.

Ik wens je alvast een heel vrolijk kerstfeest.

 

 

Uithuizig

De laatste tijd ben ik nogal uithuizig. Ik laat mijn gezin regelmatig in de steek om tijd te spenderen met vriendinnen in een willekeurige Veense uitgaansgelegenheid. ‘Misschien heb je last van een midlifecrisis?’, vroeg mijn zus met wie ik mijn vluchtgedrag besprak. Het zou zomaar kunnen.

Op dringend verzoek van mijn kinderen bleef ik afgelopen vrijdagavond thuis. Na een potje Party & Co nestelde ik me in een hoekje van de bank om even te Facebooken. Ik zag veel foto’s van vrienden die een beduidend opwindender avond beleefden dan ik. In de Basiliek was het DOVO-gala in volle gang en in de Lampegiet werd aan harmonie Caecilia – gefeliciteerd! – de Cultuurprijs 2017 uitgereikt.

En ik zat dus thuis op de bank druk breiend mijn onrust te verdrijven. Voor mij deze vrijdagavond geen galajurk en geen culinaire of culturele hoogstandjes. Al die vrolijke foto’s wekten in mij een heftige aanval van FOMO op. Fear Of Missing Out, de angst om dingen te missen. Was ik maar in de Basiliek of de Lampegiet… Daar gebeurden allemaal spannende dingen, terwijl ik thuis mijn derde sjaal van dit seizoen zat af te hechten. Ik had het er moeilijk mee. Soms wil ik overal tegelijk zijn.

Zaterdagavond had ik het beter voor elkaar. Met mijn broer en zussen was ik in de Julianakerk voor een concert van het Veenendaals Christelijk Mannenkoor. Elk jaar proberen we als kinderen samen een uitvoering bij te wonen van het koor waar mijn vader in zingt. Toen hij ons vanaf het podium op de galerij ontdekte, zagen we ‘m glimmen. We waren waar we wezen moesten. ’t Was mooi.

Het concert was bijtijds afgelopen. Om halftien zat ik weer thuis op de bank, omringd door mijn gezin. En ik voelde me rijk en heel tevreden.

Er viel op dat moment een cruciaal kwartje. Het was eventjes zo stil in mij, dat je ’t haast kon horen vallen. Soms heb je een avond geestelijke liederen nodig om tot belangrijke inzichten te komen. Ik leerde dat ik in mijn Fear Of Missing Out zomaar kan voorbijdenderen aan wat écht belangrijk is. De verleiding van wat ik niet heb of waar ik niet ben, kan enorm aan mij trekken. Maar geluk, dat is zonder hoge verwachtingen, maar vol vertrouwen kunnen genieten van wat je hebt. En tjonge… wat heb ik veel!

Het is vast de midlifecrisis, inderdaad. Een fase die voorbijgaat.

Iemand nog een sjaal nodig…?

 

 

Duister

Het is herfst. Ik heb mijn hangmat opgeborgen en de kussens van de loungeset naar zolder gebracht. De tijd van buitenleven is voorbij. Geen ijsjes of etentjes meer op een terras. De wintertijd is ingegaan. Alle klokken in huis lopen weer gelijk, maar mijn biologische klok blijft van slag. Ik kan slecht accepteren dat het zo vroeg donker wordt.

Al vanaf vijf uur begint het te schemeren. De avond valt ongevraagd, genadeloos en elke dag een beetje vroeger.  Om het donker niet te hoeven zien, sluit ik steeds eerder op de dag de gordijnen. Het lijkt hier soms net een sterfhuis.

Ik ga doorgaans vrij opgewekt door het leven, maar in een melancholische bui kan het duister zomaar met me aan de haal gaan. Als mijn man dat ziet gebeuren, neemt hij me na het avondeten mee naar de bouwmarkt. Niet omdat we spijkers nodig hebben, maar omdat hij weet dat ik daarvan opknap. Als we de parkeerplaats van de woonboulevard opdraaien, stroomt het kunstlicht me vanuit de bouwmarkt al tegemoet. Binnen wordt het licht met bakken over me uitgestort. Heerlijk!

Ik weet heus wel dat ik me niet moet aanstellen. Ik wil mijn humeur niet laten bepalen door factoren waarop ik geen invloed heb. Ik weet niet precies waarom ik moeite heb met die duisternis. Misschien bepaalt het me te zeer bij het donker in mijzelf. Bij onrust, verwarring en onzekerheid. Wie zal het zeggen.

Afijn. Als het duister me ondanks alle gezellige drukte van december een keer benauwt, probeer ik het maar gewoon te omarmen. Sterren zijn tenslotte het best zichtbaar tegen een pikzwarte hemel. Wie weet wat ik in het donker ontdek…

Ik ben benieuwd.

Je hoort ‘t wel.

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.’