Duister

Het is herfst. Ik heb mijn hangmat opgeborgen en de kussens van de loungeset naar zolder gebracht. De tijd van buitenleven is voorbij. Geen ijsjes of etentjes meer op een terras. De wintertijd is ingegaan. Alle klokken in huis lopen weer gelijk, maar mijn biologische klok blijft van slag. Ik kan slecht accepteren dat het zo vroeg donker wordt.

Al vanaf vijf uur begint het te schemeren. De avond valt ongevraagd, genadeloos en elke dag een beetje vroeger.  Om het donker niet te hoeven zien, sluit ik steeds eerder op de dag de gordijnen. Het lijkt hier soms net een sterfhuis.

Ik ga doorgaans vrij opgewekt door het leven, maar in een melancholische bui kan het duister zomaar met me aan de haal gaan. Als mijn man dat ziet gebeuren, neemt hij me na het avondeten mee naar de bouwmarkt. Niet omdat we spijkers nodig hebben, maar omdat hij weet dat ik daarvan opknap. Als we de parkeerplaats van de woonboulevard opdraaien, stroomt het kunstlicht me vanuit de bouwmarkt al tegemoet. Binnen wordt het licht met bakken over me uitgestort. Heerlijk!

Ik weet heus wel dat ik me niet moet aanstellen. Ik wil mijn humeur niet laten bepalen door factoren waarop ik geen invloed heb. Ik weet niet precies waarom ik moeite heb met die duisternis. Misschien bepaalt het me te zeer bij het donker in mijzelf. Bij onrust, verwarring en onzekerheid. Wie zal het zeggen.

Afijn. Als het duister me ondanks alle gezellige drukte van december een keer benauwt, probeer ik het maar gewoon te omarmen. Sterren zijn tenslotte het best zichtbaar tegen een pikzwarte hemel. Wie weet wat ik in het donker ontdek…

Ik ben benieuwd.

Je hoort ‘t wel.

‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *