Maandelijks archief: februari 2018

Moederliefde

Ik ontmoet haar aan de rand van een sportveld op ’t Panhuis. We kennen elkaar niet zo goed, maar weten elkaar wel te plaatsen. Haar man was ooit mijn collega. Samen met hem kreeg ze drie zoons. Mooie kerels. Ze vormden met z’n vijven een hecht gezin, totdat haar man een paar jaar geleden heel plotseling overleed. Die gebeurtenis hakte er bij velen diep in. Bij haar en haar zoons nog het diepst. Zijn dood sloeg een krater in hun bestaan en met die leegte leven zij nu.

‘Hoe gaat het met je?’ wil ik van haar weten. Want ik vraag me oprecht af hoe ze dat doet: de draad oppakken na zo’n gebeurtenis. Wat ze daarover vertelt, raakt me. Tijdens ons gesprek dat misschien een minuut of tien duurt, staat het kippenvel me doorlopend dik op de armen.

‘Ik verloor zelf op jonge leeftijd mijn moeder,’ vertelt ze. Van haar vader leerde ze dat verder leven zonder partner mogelijk is. Ze vertelt over hoe ze haar jongens kind wil laten zijn en over hoe ze weigert om de rollen om te draaien. ‘Kinderen moeten hun ouders niet troosten. Ik zoek mijn troost wel bij vrienden en familie,’ zegt ze. En ik vind haar ontzettend dapper. Ze is klein van stuk, maar haar verschijning is groots. Deze vrouw is moeder en vader tegelijk.

Soms gebeuren er dingen in het leven waarop je geen invloed hebt. Dingen die je leven voorgoed veranderen. Deze vrouw is voor mij vandaag het toonbeeld van kracht. En van onvoorwaardelijke moederliefde. Van vallen en opstaan. Deze ontmoeting langs het voetbalveld leert mij dat een mens altijd een keuze heeft, hoe uitzichtloos een situatie ook lijkt. Tijdens ons gesprek breekt de zon door. Het is nog winters, maar de zon heeft kracht. We warmen ons er samen aan.

Dit is een ode aan alle vrouwen in Veenendaal die in hun eentje kinderen opvoeden. Alleen, omdat hun partner overleed of omdat samenleven met de vader van de kinderen gewoon niet meer ging. Vrouwen die tijd namen om te rouwen en toen de draad weer oppakten. Dit is een lofzang op vrouwen die er regelmatig alleen voor staan, omdat hun man vaak van huis is. Respect, dames. Geen liefde zo sterk als moederliefde. Twee duimen omhoog. Jullie zijn mijn helden van de dag.

Vijf eendjes

 

Het wordt lente in Veenendaal. Echt waar. Zondag vielen er nog een paar sneeuwvlokken, maar de krokusjes steken als lentebodes hun gekleurde kopjes al dapper uit de kouwe grond. Ik hou van de lente. Er spreekt een belofte uit. Nieuw leven. Pril en kwetsbaar, maar niet kapot te krijgen. Waar ik heel vrolijk van word, zijn moeder-eenden met zo’n hele rits nakomelingen in hun kielzog. Soms wel twaalf. Ze worden door mij met respect bejegend, die medemoeders. Twaalf kinderen… Poeh… Ik vind vier soms al veel.

Wat mij een paar jaar geleden in het fietstunneltje bij de Ellekoot overkwam, zal ik nooit vergeten. Toen ik door het tunneltje fietste, ontdekte ik daar een moedereend met vier kleintjes. Prachtig. Herkenning doet iets met een mens, blijkbaar. In de ban van het schattige tafereeltje, lette ik niet op het fietspad. Ik was pas weer bij de les toen ik merkte dat ik ergens overheen fietste. Iets kleins, iets zachts, iets pluizigs. Ja, inderdaad… De moedereend bleek niet vier, maar vijf kindertjes te hebben. Eentje was er afgedwaald en onder de voorband van mijn fiets terechtgekomen. Mijn vertedering werd het vijfde eendje fataal. Het beestje moest mijn onoplettendheid met de dood bekopen.

Ik wist niet wat ik doen moest. Ik stapte af, liep terug en stond totaal ontredderd tussen mijn fiets en het levenloze lijfje van het vijfde eendje in. Heen en weer geslingerd tussen de vertedering van even daarvoor en schuldbesef. Ik kon het dode beestje onmogelijk op het fietspad laten liggen, dus ik belde ik 538538, je weet wel, het nummer van de gemeente waar je ook losliggende stoeptegels kunt melden. Ik dacht dat deze dode eendebaby ongeveer in diezelfde categorie viel. De medewerker die ik sprak, handelde tactvol. ‘Ach mevrouw…, het klinkt misschien heel raar hoor, maar… is er een prullenbak in de buurt?’ ‘Ja,’ sprak ik met omfloerste stem. ‘Zou u het dode eendje in een plastic zak in die prullenbak willen doen? Goed dichtknopen, hoor! Geef even de exacte locatie van de prullenbak door, daan legen wij ‘m gauw.’

En zo geschiedde het. Ik deed twee pedaalemmerzakken om mijn handen en raapte het lijkje liefdevol van het fietspad. Het was nog warm. Ik condoleerde de moedereend en beloofde haar voortaan beter op te letten. Het ontzielde lijfje liet ik in de afvalbak glijden, waar ik uit respect nog een klein minuutje naast bleef staan. In stilte. Daarna vervolgde ik mijn weg. De lente was prachtig, maar toen even niet.

Moeder-eenden van Veenendaal, vriendelijk verzoek: Kruipt je kroost binnenkort uit het ei en neem je ze mee op stap? Hou ze in de gaten! Alsjeblieft. Doe het voor jezelf, voor je kinderen en ook een beetje voor mij. ’t Is nergens zo veilig, als onder moeders vleugels. Dankjewel.