Vijf eendjes

 

Het wordt lente in Veenendaal. Echt waar. Zondag vielen er nog een paar sneeuwvlokken, maar de krokusjes steken als lentebodes hun gekleurde kopjes al dapper uit de kouwe grond. Ik hou van de lente. Er spreekt een belofte uit. Nieuw leven. Pril en kwetsbaar, maar niet kapot te krijgen. Waar ik heel vrolijk van word, zijn moeder-eenden met zo’n hele rits nakomelingen in hun kielzog. Soms wel twaalf. Ze worden door mij met respect bejegend, die medemoeders. Twaalf kinderen… Poeh… Ik vind vier soms al veel.

Wat mij een paar jaar geleden in het fietstunneltje bij de Ellekoot overkwam, zal ik nooit vergeten. Toen ik door het tunneltje fietste, ontdekte ik daar een moedereend met vier kleintjes. Prachtig. Herkenning doet iets met een mens, blijkbaar. In de ban van het schattige tafereeltje, lette ik niet op het fietspad. Ik was pas weer bij de les toen ik merkte dat ik ergens overheen fietste. Iets kleins, iets zachts, iets pluizigs. Ja, inderdaad… De moedereend bleek niet vier, maar vijf kindertjes te hebben. Eentje was er afgedwaald en onder de voorband van mijn fiets terechtgekomen. Mijn vertedering werd het vijfde eendje fataal. Het beestje moest mijn onoplettendheid met de dood bekopen.

Ik wist niet wat ik doen moest. Ik stapte af, liep terug en stond totaal ontredderd tussen mijn fiets en het levenloze lijfje van het vijfde eendje in. Heen en weer geslingerd tussen de vertedering van even daarvoor en schuldbesef. Ik kon het dode beestje onmogelijk op het fietspad laten liggen, dus ik belde ik 538538, je weet wel, het nummer van de gemeente waar je ook losliggende stoeptegels kunt melden. Ik dacht dat deze dode eendebaby ongeveer in diezelfde categorie viel. De medewerker die ik sprak, handelde tactvol. ‘Ach mevrouw…, het klinkt misschien heel raar hoor, maar… is er een prullenbak in de buurt?’ ‘Ja,’ sprak ik met omfloerste stem. ‘Zou u het dode eendje in een plastic zak in die prullenbak willen doen? Goed dichtknopen, hoor! Geef even de exacte locatie van de prullenbak door, daan legen wij ‘m gauw.’

En zo geschiedde het. Ik deed twee pedaalemmerzakken om mijn handen en raapte het lijkje liefdevol van het fietspad. Het was nog warm. Ik condoleerde de moedereend en beloofde haar voortaan beter op te letten. Het ontzielde lijfje liet ik in de afvalbak glijden, waar ik uit respect nog een klein minuutje naast bleef staan. In stilte. Daarna vervolgde ik mijn weg. De lente was prachtig, maar toen even niet.

Moeder-eenden van Veenendaal, vriendelijk verzoek: Kruipt je kroost binnenkort uit het ei en neem je ze mee op stap? Hou ze in de gaten! Alsjeblieft. Doe het voor jezelf, voor je kinderen en ook een beetje voor mij. ’t Is nergens zo veilig, als onder moeders vleugels. Dankjewel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *