Categorie archief: Geen categorie

Moederliefde

Ik ontmoet haar aan de rand van een sportveld op ’t Panhuis. We kennen elkaar niet zo goed, maar weten elkaar wel te plaatsen. Haar man was ooit mijn collega. Samen met hem kreeg ze drie zoons. Mooie kerels. Ze vormden met z’n vijven een hecht gezin, totdat haar man een paar jaar geleden heel plotseling overleed. Die gebeurtenis hakte er bij velen diep in. Bij haar en haar zoons nog het diepst. Zijn dood sloeg een krater in hun bestaan en met die leegte leven zij nu.

‘Hoe gaat het met je?’ wil ik van haar weten. Want ik vraag me oprecht af hoe ze dat doet: de draad oppakken na zo’n gebeurtenis. Wat ze daarover vertelt, raakt me. Tijdens ons gesprek dat misschien een minuut of tien duurt, staat het kippenvel me doorlopend dik op de armen.

‘Ik verloor zelf op jonge leeftijd mijn moeder,’ vertelt ze. Van haar vader leerde ze dat verder leven zonder partner mogelijk is. Ze vertelt over hoe ze haar jongens kind wil laten zijn en over hoe ze weigert om de rollen om te draaien. ‘Kinderen moeten hun ouders niet troosten. Ik zoek mijn troost wel bij vrienden en familie,’ zegt ze. En ik vind haar ontzettend dapper. Ze is klein van stuk, maar haar verschijning is groots. Deze vrouw is moeder en vader tegelijk.

Soms gebeuren er dingen in het leven waarop je geen invloed hebt. Dingen die je leven voorgoed veranderen. Deze vrouw is voor mij vandaag het toonbeeld van kracht. En van onvoorwaardelijke moederliefde. Van vallen en opstaan. Deze ontmoeting langs het voetbalveld leert mij dat een mens altijd een keuze heeft, hoe uitzichtloos een situatie ook lijkt. Tijdens ons gesprek breekt de zon door. Het is nog winters, maar de zon heeft kracht. We warmen ons er samen aan.

Dit is een ode aan alle vrouwen in Veenendaal die in hun eentje kinderen opvoeden. Alleen, omdat hun partner overleed of omdat samenleven met de vader van de kinderen gewoon niet meer ging. Vrouwen die tijd namen om te rouwen en toen de draad weer oppakten. Dit is een lofzang op vrouwen die er regelmatig alleen voor staan, omdat hun man vaak van huis is. Respect, dames. Geen liefde zo sterk als moederliefde. Twee duimen omhoog. Jullie zijn mijn helden van de dag.

Vijf eendjes

 

Het wordt lente in Veenendaal. Echt waar. Zondag vielen er nog een paar sneeuwvlokken, maar de krokusjes steken als lentebodes hun gekleurde kopjes al dapper uit de kouwe grond. Ik hou van de lente. Er spreekt een belofte uit. Nieuw leven. Pril en kwetsbaar, maar niet kapot te krijgen. Waar ik heel vrolijk van word, zijn moeder-eenden met zo’n hele rits nakomelingen in hun kielzog. Soms wel twaalf. Ze worden door mij met respect bejegend, die medemoeders. Twaalf kinderen… Poeh… Ik vind vier soms al veel.

Wat mij een paar jaar geleden in het fietstunneltje bij de Ellekoot overkwam, zal ik nooit vergeten. Toen ik door het tunneltje fietste, ontdekte ik daar een moedereend met vier kleintjes. Prachtig. Herkenning doet iets met een mens, blijkbaar. In de ban van het schattige tafereeltje, lette ik niet op het fietspad. Ik was pas weer bij de les toen ik merkte dat ik ergens overheen fietste. Iets kleins, iets zachts, iets pluizigs. Ja, inderdaad… De moedereend bleek niet vier, maar vijf kindertjes te hebben. Eentje was er afgedwaald en onder de voorband van mijn fiets terechtgekomen. Mijn vertedering werd het vijfde eendje fataal. Het beestje moest mijn onoplettendheid met de dood bekopen.

Ik wist niet wat ik doen moest. Ik stapte af, liep terug en stond totaal ontredderd tussen mijn fiets en het levenloze lijfje van het vijfde eendje in. Heen en weer geslingerd tussen de vertedering van even daarvoor en schuldbesef. Ik kon het dode beestje onmogelijk op het fietspad laten liggen, dus ik belde ik 538538, je weet wel, het nummer van de gemeente waar je ook losliggende stoeptegels kunt melden. Ik dacht dat deze dode eendebaby ongeveer in diezelfde categorie viel. De medewerker die ik sprak, handelde tactvol. ‘Ach mevrouw…, het klinkt misschien heel raar hoor, maar… is er een prullenbak in de buurt?’ ‘Ja,’ sprak ik met omfloerste stem. ‘Zou u het dode eendje in een plastic zak in die prullenbak willen doen? Goed dichtknopen, hoor! Geef even de exacte locatie van de prullenbak door, daan legen wij ‘m gauw.’

En zo geschiedde het. Ik deed twee pedaalemmerzakken om mijn handen en raapte het lijkje liefdevol van het fietspad. Het was nog warm. Ik condoleerde de moedereend en beloofde haar voortaan beter op te letten. Het ontzielde lijfje liet ik in de afvalbak glijden, waar ik uit respect nog een klein minuutje naast bleef staan. In stilte. Daarna vervolgde ik mijn weg. De lente was prachtig, maar toen even niet.

Moeder-eenden van Veenendaal, vriendelijk verzoek: Kruipt je kroost binnenkort uit het ei en neem je ze mee op stap? Hou ze in de gaten! Alsjeblieft. Doe het voor jezelf, voor je kinderen en ook een beetje voor mij. ’t Is nergens zo veilig, als onder moeders vleugels. Dankjewel.

Entschuldigung

Ik ben van nature een vrij braaf mens. Al mijn hele leven gedraag ik me zo behoorlijk mogelijk. Ik wil liever niet dat mensen zich aan mij storen. Je mag daarvan vinden wat je wilt, het is een hardnekkig trekje. Maar soms overtreed ook ík de regels. Tegen beter weten in. Ik noem een voorbeeld: Als ik vanuit het centrum van Veenendaal naar de Schepenbuurt fiets, kom ik door het tunneltje dat mij naar de andere kant van de Rondweg leidt. Juist ja, daar bij DOVO en GVVV. Als ik hijgend dat tunneltje uit kom en geen vaart meer heb, moet ik direct een bocht van 180 graden maken om vervolgens tegen een volgende heuvel op aan de goede kant van de Rondweg te komen. Een welhaast onmogelijke manoeuvre. Bij de gedachte alleen al verzuren mijn benen.

Er is echter ook een illegale route. Een route voor waaghalzen die het niet zo nauw nemen met de wet. Die route loopt vanaf Het Perron dwars over de parkeerplaats van het Valleibad naar het fietspad waarover ik dan zo’n honderd meter moet spookrijden om te kunnen oversteken naar de juiste kant van de weg. Hele volksstammen kiezen dagelijks die weg. Ik dus ook, maar altijd met het heldere besef dat ik in overtreding ben. Als spookrijder knik ik mijn tegenliggers altijd nederig toe. ‘Jaaaa… sorry! Ik weet dat ik hier niet mag fietsen. Negeer me maar. Doe maar net of ik niet besta.’ Ik wijk zo ver mogelijk uit om niemand tot last te zijn. Als het nodig is, stap ik even af.

Laatst fietste ik dat stukje doel- en schuldbewust tegen het verkeer in. In de verte fietste een oudere heer mij tegemoet. Ik dook alvast zover mogelijk de berm in om hem niet tot obstakel te zijn. Het fietspad is er breed genoeg, gelukkig. Toen de man mij naderde, herkende ik in hem mijn leraar Duits van de middelbare school. Of hij mij ook herkende? Ik hoop het niet… ‘Mevrouououw! (dat ‘-ouw’ hield hij extra lang aan), u fietst línks!’ Op ‘links’ legde hij vervaarlijk de nadruk. In mijn herinnering stak hij daarbij dreigend een vinger in de lucht. Ik fíetste niet alleen links, ik voelde me ook extreem links. Een rebel. Een deugniet. Ik was weer even de kleine Lilian die zo graag de goedkeuring van haar leraar wegdroeg. Een onzekere puber die door omstandigheden haar huiswerk niet maakte en daar nu op werd betrapt. Ik kan alleen maar zeggen: ‘Entschuldigung.’ Natuurlijk weet ik dat ik niet zo lui moet zijn. Dat het beter is om, ook al kom ik moe uit mijn werk, wél die beenverzurende, juiste route te nemen. Toch ga ik niet beloven dat het ‘nicht wieder passiert’, want dan jok ik.

‘Foei, Lilian!’ Ja… Ik weet ‘t… Entschuldigung…

 

Als column verschenen in De Rijnpost, week 3 2018

https://www.rijnpost.nl/nieuws/algemeen/334615/colomn-entschuldigung-

Receptie

Ik was er nog nooit geweest: de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Veenendaal. En dat is gek, want ik woon al mijn hele leven in ’t Veen. Maar goed, één keer moet de eerste keer zijn. Ik ging in m’n eentje en dat maakte me wel een beetje zenuwachtig.

In mijn nieuwe bloemetjesjurk en mijn haren keurig gekapt, betrad ik ietwat onzeker de trappen van het gemeentehuis. Binnen gaf ik mijn jas af bij de dames van de garderobe en daarna stond ik algauw met een feestelijk drankje in mijn hand te praten met iemand die ik aan een statafeltje trof. Grappig hoe makkelijk je soms raakvlakken vindt met volkomen vreemden.

Wie tijdens de receptie Piet Zoon en zijn wethouders de hand wilde schudden, moest aansluiten in een lange rij. In die rij ontmoette ik Ali. Omdat zij en ik even vrolijk gebloemd gekleed waren als de burgemeestersvrouw, gingen we met mevrouw Zoon op de foto. Dat brak het ijs. Vanaf dat moment was ik niet nerveus meer, denk ik achteraf.

Ik sprak tijdens de receptie verschillende oude bekenden, knikte vriendelijk naar diverse raadsleden, brandde haast mijn mond aan een hete bitterbal en ontmoette mensen die ik tot dan eigenlijk alleen van Facebook kende.

Tijdens zijn toespraak sprak de burgemeester over Veenendaals recente verleden en haar nabije toekomst. Hij zei iets in de trant van: ‘De gemeente bepaalt niet wat goed voor u is, maar we gooien de ramen en deuren van het gemeentehuis open en zoeken samen met de inwoners oplossingen voor problemen.’ Dat vond ik mooi. Samen komen we een heel eind.

De burgemeester kondigde ook het Gilbertjaar2019 aan. En daarvoor was ik eigenlijk gekomen, want bij dat Gilbertjaar ben ik nauw betrokken. Heel leuk! Veenendaal gaat er dit jaar veel van vernemen. Let maar op.

Ik had een leuke avond op het gemeentehuis. Ik was opnieuw onder de indruk van zovelen die in Veenendaal de handen uit de mouwen steken. Op welk terrein dan ook, met welke motivatie dan ook. Vaak belangeloos. Echt heel mooi. Die warmte maakt Veenendaal tot een plek waar ik me thuis voel. ‘Dorp met stadse allures’. Klein genoeg om elkaar te kennen, maar groot genoeg om er mijn eigen leven te kunnen leiden.

De persoonlijk ontmoetingen maakten de nieuwjaarsreceptie waardevol. Veenendaal gaat een mooi nieuw jaar tegemoet. Ik voel ‘t.

 

verschenen als column in De Rijnpost, week 2 2018

Hoogvliet

Als ik uit m’n werk kom, stop ik regelmatig bij de Hoogvliet aan de Kerkewijk voor een brood of een pak melk. Ik mag er graag wezen. Ik kom er altijd veel ouderen tegen. Ze zullen wel van De Sterke Arm en de Duivenwal komen, of misschien uit de Engelenburg.

Hoe dan ook, de ouderen bepalen er de sfeer. Achter de schuifdeuren van die Hoogvliet verstrijkt de tijd net iets trager dan buiten. Ik verminder er automatisch vaart en niet alleen om te voorkomen dat ik over een rollator struikel. Er hangt een gemoedelijke sfeer.

Bij deze Hoogvliet geen stellingen vol omslachtig, hip superfood, maar speklapjes, portieverpakkingen boterhamworst, halve bloemkooltjes en griesmeelpap. De slijter die gevestigd is aan de voorkant van het pand, verkoopt vooral jonge jenever en advocaat, vermoed ik.

Op de groente afdeling vraag ik oudere dames graag naar hun geheim voor bijvoorbeeld een pan ouderwets lekkere hutspot. Natuurlijk kan ik een recept zoeken op internet, maar ik leer het veel liever van iemand die het al honderden keren heeft klaargemaakt. De dames staan me altijd vriendelijk te woord. Een mooie bonus, zo’n onderonsje.

Binnenkort gaat deze Hoogvliet verdwijnen. Aan de Brouwersgracht wordt een groot pand gebouwd en daar verhuist de zaak naartoe. De ouderen zullen in die nieuwe Hoogvliet hun draai weer moeten vinden. Ik hoop echt dat dat lukt. Een voordeel van ouder worden, is dat je veel levenswijsheid en stamppotrecepten te delen hebt. Een nadeel is dat nieuwe dingen wat meer energie kosten.

De vestiging van Hoogvliet aan de Kerkewijk dankt haar bestaansrecht mede aan de trouwe ouderen die er sinds jaar en dag boodschappen doen. Wat zou het mooi zijn als Hoogvliet iets terugdoet voor die ouderen. Bijvoorbeeld door, als de nieuwe winkel opent, een inloopmiddag te organiseren, speciaal voor de huidige klanten. Met gratis koffie en een goeie koek. En een uitgebreide rondleiding door de nieuwe winkel, zodat de ouderen weten waar de vergeten groenten en de eenpersoons verpakkingen katenspek liggen. Zoiets.

Hoogvliet verzint wel wat. Ze zijn creatief genoeg. Ik ben benieuwd…

 

https://www.rijnpost.nl/nieuws/algemeen/323018/column-hoogvliet-